zondag 18 september 2011

Apenstreken op Tokyo Tower

Beste lezers. Na in de vorige twee blogs kort in te zijn gegaan op respectievelijk de stenen schildpad in Nikko en het Hollandse pakketje, wordt het tijd u weer eens op de hoogte brengen van gebeurtenissen uit het dagelijks leven. De dormitory heeft zich sinds dinsdag 6 september langzaamaan gevuld met nieuwe studenten, zodat het studentenleven voor het nieuwe semester alvast van start is gegaan. Omdat we ditmaal verschoond zijn gebleven van de gevolgen van een aardbeving zoals die in maart geschiedde, verloopt alles volgens plan en wordt er volop kennisgemaakt.

Sinds de zesde september heeft zich zo zoetjes aan een groep van Europeanen, Amerikanen en Taiwanezen gevormd. Het is steeds weer erg leuk om te merken dat mensen uit zulke verschillende landen verbonden worden door de gemeenschappelijke interesse voor Japan. Zo is er een meisje uit Rusland dat linguïstiek studeert in Moskou, maar gaandeweg Japan ontdekte en heeft besloten zich nu op de Japanse syntaxis te storten. Voorts is een Deense vast van plan om medische historie uit 17e eeuws Japan te lijf te gaan en houdt een Mexicaanse jongen het op hedendaags Japans design dat hij voor zijn media studie kan gebruiken. Uiteraard worden er niet alleen maar serieuze zaken doorgesproken, want in de avonden is er volop ruimte voor welkomstfeesten en kaartspelletjes. Zo bevonden we ons achtereenvolgens in de Izakaya (Japans equivalent van de kroeg), de karaokehal en in een kaartspel waarbij meer drank vloeide dan er punten vergaard werden.

Met name de karaokehal was een ervaring op zich. Omdat de meeste mensen in Nederland bij het woord karaoke spontaan jeuk krijgen, zal ik kort uitleggen waarom het in Japan zo mateloos populair is. Anders geformuleerd, waarom is het aantrekkelijk om in een piepklein zweterig hok hits uit de jaren '80 na te zingen? Welnu, zoals jullie ongetwijfeld weten na het lezen van mijn blog, is Japan een maatschappij waarin men weinig vrije tijd kent. Werkdagen van 9 uur tot 11 uur 's avonds zijn geen uitzondering. Het behoeft weinig uitleg dat de overwerkte salaryman tijdens de nachtelijke uurtjes weinig zin meer heeft om een vuistdikke roman ter hand te nemen. In plaats daarvan heeft men bedacht dat de tijd beter opgevuld kan worden met het gezamenlijk nazingen van liederen, het bij ons beruchte karaoke. Dit kun je alleen doen, maar het is natuurlijk veel leuker om het met je net zo overwerkte collega's te doen. Drank is in overvloed te bestellen in de hokjes, zodat alle opgekropte gevoelens die op het kantoor zijn opgelopen, hun weg vinden in hartstochtelijke en een tikkeltje valse interpretaties van Fly Me To The Moon. Op deze manier haalt men het gebrek aan momenten om zichzelf te uiten in een sneltreinvaart in.

Omdat onze groep ook zin had om de zinnen eens flink te verzetten, zetten we al onze twijfels overboord en betraden het domein van de salaryman, de Karaokehal bij het Takadanobaba station in de buurt. Na ons voor twee uur vast te hebben gelegd voor hokje nummer 640, wurmden we ons met zijn twaalven in een ietwat te kleine lift, die gelukkig wel de zesde verdieping bereikte. Bij het uitstappen klonken de 'artiesten' uit aangrenzende hokjes ons al tegemoet. Om er in te komen werden titelsongs van obscure anime vermeden en vertolkten de aanwezigen hits van de u welbekende Zweedse formatie Abba en Rick Astley. Na verloop van tijd waagde men ook voorzichtige pogingen tot Japans zingen, waarna Lady Gaga het feest mocht afsluiten. In de tussentijd echter had een collega artiest uit hokje 639 het voor elkaar gekregen een royale plak van zijn maaginhoud voor de lift uit te spreiden. Toen werd het raffinement van de karaokehal pas echt duidelijk. Het personeel strooide speciaal zand over het overgeefsel om het niet te laten intrekken en de geur weg te nemen!



Na dit karaokeavontuur beklommen we vandaag de Tokyo tower, het iets hogere zusje van de Eiffeltoren. Hoewel ik al reeds twee keer op de toren was geweest, trof ik er ditmaal het volgende schouwspel aan:

zaterdag 17 september 2011

Dutch Treats

Zoëven werd een pakketje van Helma bezorgd! Het zit boordevol drop, stroopwafels, de Ruijter broodbeleg, Werthers, Ikea-food, een Sudoku boekje en een spannende thriller van Ruth Rendell. Ben erg blij dat ik me weer aan een doos Nederlandse/Europese zaken kan laven!



Ofschoon het Japanse menu zeer aan mij besteed is, zijn evenwel dit soort lekkerheden bijzonder. Het aardige is ook dat ik het nu eens niet hoef te proberen om deze zaken uit te delen aan mijn dormgenoten: Japanners houden niet van sterke smaken en al helemaal niet van drop. Yuk. Jurre had enige tijd geleden een soortgelijke schat ingevoerd en mij cadeau gedaan: Hollandsche Oude Kaas. Mjam. (Daar houden Japanners overigens wél van, dus deze moest ik nogal verborgen houden).

Voorts ben ik nu bezig met een opzet te maken voor het onderzoek dat ik hier de komende maanden ga uitvoeren. Het gaat feitelijk over Japanse schrijvers, waar Tanizaki een goed voorbeeld van is, die zich in hun werk afvragen of de 'verwestersing' van Japan wel echt mogelijk is. Hij realiseert zich echter ook dat het niet meer mogelijk is om terug te keren naar een premodern Japan dat van westerse invloeden ontdaan is. Hij onderzoekt vermoedelijk wat Japan dan wel kan zijn/worden als het niet westers is maar ook niet traditioneel Japans. Heftige kost dit alles, dus Helma, Ruth Rendell en de Sudoku waren zeer welkom om mij nu en dan te vertreden. Ik vermoed dat ik na één hoofdstuk de eerste zak drop al leeg zal hebben.

maandag 5 september 2011

Sober en simpel: de Japanse kracht van verbeelding



Hoe simpel kan het zijn? In een zee van grind ligt in alle soberheid een zevental stenen op een tegel gerangschikt. Onmiskenbaar wat ze in gezamenlijkheid verbeelden.



Ook deze beide foto's werden door mij in Nikko genomen. Geluk zit in kleine dingen, tussen alle overdonderende pracht van ornamenteel houtsnijwerk en bulderend bladgoud keek zij mij aan. Ik heb haar mateloos bewonderd, bewonderd om haar eenvoud en kracht. Tenslotte heb ik bedacht dat zij in Japan goed af is: in Nederland zou ze geen 400 jaar oud kunnen worden. Binnen eerder 4 uur zou een onverlaat haar omver hebben geschopt en botte bewondering hebben geoogst van schril lachende vrienden.

vrijdag 2 september 2011

Gewijde grond: Nikko revisited

Op twee en een half uur noordwaarts reizen met de comfortabele bullettrain ligt de stad Nikko, met de Toshogu-schrijn waar de as van Tokugawa Ieyasu wordt bewaard. Mijn studievriend Jurre houdt zich bezig met de geschiedenis van het shogunaat en wilde zijn korte bezoek aan Japan graag afsluiten met het ronddolen in het mausoleum van de belangrijkste shogun, de eerste die van een losse verzameling rivaliserende rijkjes een verenigd Japan maakte. Het door Ieyasu gestichte Tokugawa-shogunaat overleefde tot het midden van de negentiende eeuw. Terwijl Japan in die periode volledig was afgesloten van de buitenwereld, kende het vrede en stabiliteit. Voor dit soort kernwaarden kom ook ik graag mijn bed uit, ik ging met Jurre mee.

In 2006 was ik voor de eerste keer in Nikko. De titel-afbeelding van deze blog is een foto van dit eerdere bezoek. Wij mannen van Omes beschouwen deze foto nog steeds als de mooiste ooit door ons genomen en beschouwen ons bezoek aan de Toshogu en al die andere tempels en schrijnen die zich tegen de heilige berg vleien, als een van de belangrijkste redenen om ons te blijven bekwamen in de Japanse taal en cultuur. Het was uiteindelijk Nikko dat ons Japan in zoog. Nikko is voor alle Japanners gewijde grond, maar ook voor ons bijzonder.

Nikko is tegenwoordig synoniem met de Toshogu-schrijn, maar al vanaf de 8e eeuw was de berg naast de stad een veelbezochte plaats. De plek was al eerder befaamd en een must-have-been. Een boeddhistische monnik, Shodo Shonin, richtte er een bedevaartsoord op. Wie uit de trein stapt komt Shodo tegen. Zijn standbeeld verwelkomt je.





De Shihonryu tempel die door Shodo werd opgericht als de hoofdtempel van de Tendai sekte, ontwikkelde zich in de loop der eeuwen tot wat vandaag het Rinno-ji tempelcomplex wordt genoemd, met een hoofdtempel en 15 kleinere gebouwen. Op het terrein van de tempel worden fraaie voorbeelden van Japanse tuinen zorgvuldig onderhouden. Wie een beeld in gedachten heeft van typisch Japanse landschaptuinen, met rondgeschoren azalea's en rhododendrons, heeft zich dat beeld vermoedelijk gevormd met behulp van de vele foto's die van deze modeltuinen gemaakt worden.











De Futarasan jinja is vermoedelijk de mooiste schrijn van Japan. Midden in een woud van cryptomeria's, Japanse ceders, met geen ander geluid dan dat van de semi, de cicaden. De strakke lijnen van langgerekte oudrode paviljoens kruisen met torenhoge, rechtopgaande oeroude en even rode cederstammen. Hier wordt de aarde gevierd in alle stoerheid en soberheid. Hier wordt eer bewezen aan de kami, hier aard je.
De talloze torou en lantaarns zijn zonder uitzondering alle prachtig overdadig bemost en lijken als paddestoelen overal rond de bomen uit de grond te schieten. Nergens op de wereld ruikt het zo naar bos. Het complex ademt rust en vertelt dat het er altijd al is geweest en ook altijd zal zijn. Aan alle takken van alle struiken zijn gevouwen papieren wensjes en gebeden bevestigd. Als het hier niet lukt, lukt het nergens, zoveel is zeker.


In tegenstelling tot de vorige keer regende het ditmaal niet.

Naarmate je hoger klimt op de heilige berg wordt de architectuur uitbundiger en wellicht kitscheriger. Uiteindelijk waan je je in China of Korea. In het Toshogu-complex werd 500 kg goud en 370 kg zilver verwerkt. Overigens bevindt zich in Nikko niet alleen het mausoleum van Ieyasu, ook de kleinzoon Iemitsu heeft er zijn laatste rustplaats in de Taiyuinbyo. (Jurre kon er zijn hart ophalen!) Iemitsu liet gedurende 20 jaar de Toshogu bouwen om zijn grote opa te eren en besloot er zelf ook een 'tempeltje' voor hem zelf bij te zetten. Qua grandeur wint opa met vlag en wimpel, maar de Taiyuinbyo doet er niet echt veel voor onder. De pracht en praal wordt niet alleen benadrukt door het glimmende goud en zilverwerk, maar ook door de (wellicht) overkill aan ornamentiek van dakdragende constructies en houtsnijwerk. Er is geen vlak stukje onbewerkt hout te vinden, en de daken beuren op van de draken.










PS: Veel meer foto's staan op flickr. Klik hier om ze te bekijken!

Na een stevige klimpartij door een cederbos arriveer je uiteindelijk hoog boven de schrijn, op de berg, bij de laatste rustplaats van de shogun, wiens as er wordt bewaard in een enorme bronzen urn.
Ik realiseer me dat dit de tweede keer binnen een week is dat ik me dicht bij de hemel bevindt. Waar de eerste keer bevredigend is voor het individu dat een afmattende sportieve prestatie heeft voltooid, vier je hier in stille gezamenlijkheid de geschiedenis van Japan. Gewijde grond. Ik ben blij dat ik hier ben.