woensdag 2 januari 2013

Vuurwerk versus Hanabi

Oudjaarsavond in Nederland. De nieuwslezer van het 18 uur journaal kondigt aan dat het nieuwe jaar in het Oosten al is begonnen. Dit maal – zo wist hij – begon het inluiden op een klein eilandje in de Stille Zuidzee, waarna Nieuw Zeeland, Australië, Japan en China aan de beurt waren. Met beelden werd zijn verhaal ondersteund. Wat viel daarbij op? Dat in Samoa, Australië, Nieuw Zeeland en China enorme vuurwerken werden afgestoken terwijl in Japan werd volstaan met 108 slagen op een tempelbel. Sober. Plechtig, genoeg om het moment te markeren. 



Terwijl hier in de wijk jongetjes met schoudertassen vol knalwerk al úren door de straten struinen en hun handen - maar in elk geval hun oren – danig in de waagschaal stellen, luiden ze in Japan een collectieve klok. Eenmaal. Dat zou hier niet kunnen. Om iets voor twaalf wordt de champagne ontkurkt, ingeschonken en toegevoegd aan de reeds genoten krat bier, wordt gezoend en onmiddellijk naar buiten gegaan om ofwel het vuurwerk zelf af te steken ofwel er naar te gaan kijken, in een cirkel van 360 graden. Wie niet afsteekt, probeert de vaders en zonen te beschermen en in elk geval ook de auto. Ook de hond moet worden veiliggesteld, de valiumdosis opgehoogd. Er is gewoon te weinig tijd om op dat moment samen voor de TV te zitten. Bovendien zou dat ook niet iets van gezamenlijk gevoel opleveren. De talloze Nederlandse TV-netten zenden een brei van oninteressant vermaak uit en appelleren niet aan zo'n gezamenlijk gevoel van welbehagen.

Vuurwerk is in zijn oorspronkelijke betekenis bedoeld om boze geesten af te weren. In Nederland is het middel een doel op zich geworden. Hier zijn het de boze geesten zélf die het vuurwerk afsteken. Brievenbussen, prullenbakken en ander straatmeubilair moeten worden beveiligd tegen bewuste vernieling. Vuurwerk is hier vooral knalwerk, waarbij de grootte van de dreun naarmate de jaren vorderen steeds meer is toegenomen. Waar vroeger een klapperpistool werd vervangen door een pukkel met rotjes die nonchalant werden rondgestrooid, is nu een steekwagentje nodig om de bommen door de wijk te vervoeren. Op Oudjaarsdag bevinden we ons in een oorlogszone en vermijden we de fiets, die als een interessant bewegend doelwit wordt gezien.



Vuurwerk is een universeel ding. Overal zijn boze geesten, die verdreven moeten worden, of evenementen die met vuurwerk extra luister moeten worden bijgezet. Zo ook in Japan. In Japan wordt ook vuurwerk afgestoken, maar daar ligt de nadruk op de visuele effecten, het siervuurwerk. Niet voor niets wordt in Japan vuurwerk hanabi genoemd: 'hana' (花) is het woord voor bloem, 'bi' (火) is vuur: bloemvuur dus. Vuurwerk dat in de ronde vorm van chrysanten en pioenrozen uiteenspat is daarbij favoriet.

In Japan is vuurwerk echter vooral een zómerding. De overgang van het oude naar het nieuwe jaar ontaardt daar niet in de gekte zoals die bij ons plaats heeft. Dat zal te maken hebben met het feit dat in Japan het nieuwe jaar eigenlijk op een ander – later – moment gevierd wordt. Japan als pragmatische handelsnatie heeft zich eind negentiende eeuw slim aangepast aan de westerse jaartelling, maar voelt niet de intrinsieke betekenis die wij aan dit moment toekennen. In Japan wordt ook – zeker sinds maart 2011 - collectief gevoeld dat de vele miljoenen die aan vuurwerkverkoop besteed worden beter benut zouden kunnen worden voor andere meer opbouwende doeleinden.

Vuurwerk wordt niet massaal door een ieder individueel afgestoken: Japan geeft de voorkeur aan centraal georganiseerde vuurwerkshows, door professionals opgebouwd en afgestoken. Ook dan is het vuurwerk doel op zich, men gaat naar het vuurwerk kijken. Het is niet de laatste act in een reeks handelingen zoals bij de opening van de Olympische Spelen. Het is een vuurwerkshow, een evenement op zich.

Gedurende juli en augustus worden door het hele land honderden vuurwerkshows georganiseerd, waarbij sommige honderdduizend bezoekers trekken. Zelf waren we getuige van het Sumidagawa vuurwerkfestival. Drommen mensen komen overdag al samen rond de oevers van de Sumida rivier in Tokyo. Relaxed in feestsfeer en feestkleding. Aan stalletjes worden souvenirs en etenswaren gekocht, een meegebracht kleedje uitgerold om het plekje te markeren dat tijdelijk van jou zal zijn om te genieten van het vuurwerk dat gedurende twee uren na zonsondergang vanaf boten in de rivier zal worden gepresenteerd.



Deze vuurwerkfestivals zijn om twee redenen een goed idee. Ten eerste wordt niet iedereen snipverkouden - want drijfnat van de regen - tijdens de jaarwisseling. Ten tweede wordt op deze manier ook de beschikbaarheid van vuurwerkprofessionals goed verdeeld. Er zijn meer festivals dan vuurwerkers. Ze zouden nooit tegelijkertijd in elk dorp, in elke stad een vuurwerkshow kunnen verzorgen.

En dan nog dit: wie mag het allemaal opruimen? Waar elke Nederlander graag zelf aan de knoppen zit bij het afsteken van het spul, wordt de vanzelfsprekendheid om het ook zelf weer op te ruimen aanzienlijk minder gevoeld. Japanners ruimen zelf op, of organiseren het met de buurtvereniging. En laten het niet aan het spel der vrije krachten over.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten