woensdag 14 juli 2010

Japanse positiviteit in donkere tijden

Het was ook te mooi om waar te zijn. Terwijl heel Nederland zich al rijk rekende bleken de zenuwen in Zuid-Afrika allerminst onder controle. Bij technische staf noch spelers. Wellicht dat het ook niet zo een ramp is als de kranten ons willen doen geloven: met het vertoonde spel mag Oranje zich in de handjes knijpen dat het überhaupt de finale heeft gehaald. Toen onze datum van vertrek werd bekend gemaakt -7 juli- had ik niet gedacht dat ik op zondag half vier ‘s ochtends naar Nederland zou zitten te kijken. Wel dus. Wat een drama.

Nieuwssites zijn eensgezind negatief in hun mening over het Nederlandse voetbal. Dat wil zeggen, de buitenlandse; het doet de Nederlandse redacteuren hoogstwaarschijnlijk teveel pijn om toe te geven dat Van Bommel toch echt wel aan het schoffelen was op het middenveld. Dat De Jong donkerpaars had moeten krijgen voor die schandalige karatetrap tegen de borst van Xabi Alonso. Dat Heitinga geheel terecht de kleedkamer in werd gejaagd. Maar hoe denken de Japanse media hierover?

Belangrijk om hierbij in acht te nemen is dat iedere keer dat Japan deelneemt aan een mondiale eindronde er met de grootste interesse en het diepste respect naar de tegenstanders wordt gekeken. Immers: wil je het spelletje van de vijand leren kennen, kijk dan waar hij vandaan komt. Dit vormde ook dit jaar hét alibi om een filmcrew naar de landen uit de poule (in dit geval Kameroen, Nederland en Denemarken) te sturen, allerhande plaatselijke fenomenen die niets met voetbal van doen hebben te bespreken en hiermee een flink aantal weken op rij de Japanse kijker op primetime te verwennen. Zo zagen wij vandaag in de Nederlandse thema-aflevering een enthousiast schreeuwende presentatrice in een windtunnel met stormbestendige paraplu, of keek ze haar ogen uit bij het zien van de Zeeuwse dracht met bijbehorende zijspiegels. Dat soort dingen.

Respect voor de tegenstander. Waar de –onder andere- Duitse, Engelse, Italiaanse en Franse negativiteit werd gevoed door afgunst, is dit bij de Japanners nergens te bespeuren. Want ook al verloor Japan nipt van Nederland, het blijft een poulegenoot –en dus een land voor de voetbalgekke Japanners om aan te moedigen. Zo verdween daags voor de wedstrijd het blauwe tricot van de Blue Samurai – Japans nationale elftal – uit de etalage van de lokale sportshop Roche Blanc (alsof ze het erom doen) en maakte dit plaats voor Oranje shirts en voetballen. Bij ons misschien garantie voor verlies in omzet, maar de Japanse winkelhouder raakt die shirts wel kwijt. Toch zijn ook de kranten hier niet positief, mede door de cijfers waar men lastig om heen kan: de Japan Times heeft het over 22 gele kaarten in 7 Nederlandse wedstrijden: een schril contrast met de fair-play award winnaar Spanje.

Desalniettemin blijft men respectvol spreken over de Nederlandse voetballers en wordt al vooruit gekeken naar Euro 2012 en wat het Nederlandse team daar eventueel gaat uitrichten. Niets nieuws, zul je zeggen, dat deden de Europese media ook al. Het verschil is dat de Japanners positief waren en niet negatief zijn geworden. De tonnen achtergelaten Oranjeprullaria in Amsterdam getuigen van het onvermogen dit ook te doen. Stom, want wie weet heb je die Bavariajurk nog wel nodig over twee jaar.

Mijn kippenhoed berg ik in ieder geval zorgvuldig op.

Leven in de stad zonder midden

De lezer in Nederland vraagt zich wellicht af waarom er tot nu toe geen nieuwe post op onze blog verscheen. Welnu, het was niet zozeer uit treurnis om het Nederlands elftal, maar omdat we het hier gezond druk hebben. Uiteraard stonden zaten we we hier om 3:30u in de morgen voor de buis, maar helaas draaide de wedstrijd uit op een onnodig debacle vol gemiste kansen, lomp spel en gele kaarten. Na een kort ogenblik van treurnis, zakte de wk-koorts weer net zo hard als zij was opgekomen, en was het tijd voor onze eerste lesdag aan de Naganuma school.

Klokke 7:30 begaven we ons naar het station van Ekoda. Het treinabonnement dat maandag in zou gaan bleek het ook daadwerkelijk te doen, en de reis verliep op volgens Japanese Railways standaarden: geheel vlekkeloos. Op de Japanse stations hanteert men namelijk al jaren de poortjes, die tegenwoordig ook op steeds meer stations in Nederland opduiken. In tegenstelling tot de poortjes in Nederland, staan de poortjes in Japan altijd open. Door de enorme sociale controle in dit land haalt namelijk bijna niemand het in zijn hoofd om zonder te betalen door de poortjes te glippen. Doet iemand dit wel, dan klappen er wel deurtjes dicht, die echter met hun geringe hoogte puur voor de symboliek lijken te zijn aangebracht.

Eenmaal gearriveerd op de Naganuma school, dirigeerde een allervriendelijkst deuntje ons naar de klaslokalen. Het geluid had meer weg van het belletje dat de pauze in een schouwburg aantoont, maar het betrof hier toch echt het begin van de les. Onze groep had de eer om les te krijgen van mevrouw Nishiyama, die er zichtbaar zin in had en met een stevig tempo een voorstelronde startte. De eerste tekst was een betoog over de voor- en nadelen van zelfstandig leren in het onderwijs. Aangezien de aanwezige studenten ieder op behoorlijk verschillende niveaus zitten, vlotte het doornemen qua snelheid niet echt, maar Nishimura sensei bleef geduldig. Met name het bespreken van verschillende vaste uitdrukkingen bleek uitermate nuttig, aangezien mijn gesproken Japans het afgelopen jaar toch een behoorlijke deuk heeft opgelopen. Na drie dagen deze tekst te hebben besproken en bijbehorende kanji te hebben geleerd begint verloren gewaande kennis gelukkig al weer terug te komen.

Hoewel we dit keer vooraleerst in Japan zijn om de taal goed onder de knie te krijgen, werden de vrije middagen de afgelopen dagen ook benut om te dwalen door de stad zonder midden. Want ofschoon Tokyo in veel reisgidsen als één stad beschouwd wordt, is er geen sprake van een stad met één centrum. De 24 districten waar Tokyo uit bestaat kennen allemaal hun eigen centrum, en ook binnen deze districten zijn weer zelfstandige steden ontstaan. De verschillende centra kennen ieder hun eigen specialiteit, en wij besloten electronica-district Akihabara weer met een bezoek te vereren. Net als vorig jaar schreeuwden Japanse verkopers om het hards om hun laptops, de één nog goedkoper dan de andere, te verkopen. Ook bleken de vage stalletjes waar ieder denkbaar computer onderdeel te koop was nog steeds te bestaan. De dag daarop was de middag gereserveerd voor het zoeken naar de Hard-Off, een tweedehands cd/dvd/games/boekwinkel. Waar menig Nederlander bij het woord tweedehands aan beschadigde artikelen denkt die met koninginnedag op een kleedje in het park worden verkocht, verzorgt de gemiddelde Japanner zijn tweedehands artikelen een stuk beter. De nieuwste cd's liggen hier nagenoeg onbeduimeld in de tweedehandswinkel, en dat vaak voor een fractie van de prijs.
Vandaag tenslotte, vereerden we op onze weg terug naar Ekoda het district Takadanobaba met een bezoek. Nu staat deze plek bekend om de vele tweedehandswinkeltjes en als studentenwijk, maar wij bezochten de wijk meer vanwege de in Nederlandse oren erg komisch klinkende naam.

Hoewel we op dit moment pas een week weer in Tokyo zijn, voelt het alsof we weer verder zijn gegaan waar het avontuur de vorige keer ophield. Het snelle en tegelijkertijd zo relaxte tempo van leven, de Japanse mensen en de Japanse vindingrijkheid krijgen ons wederom in hun greep. De komende keer hopen we te schrijven over een bezoek aan de Izakaya en verdere belevenissen in het Tokyose openbare leven.

zondag 11 juli 2010

Helemaal klaar voor de WK-finale


We doen nog even een tukje vooraf, midden in de Tokyose nacht zitten we immers voor de buis. Met kippenhoed en een van hoopvolle verwachting kloppend oranje hart.

Waarom kan het hier wel? – deel één van veel / Higashimatsuyama

Een jaar later lijkt Japan in alles op hoe het in 2009 was. De overbekende plekken die we tot nu toe bezochten – Shibuya, Ikebukuro, Higashimatsuyama – zijn in niets veranderd. En waarom zou men ook? Japan blijft fantastisch. Dat betekent niet dat we niets nieuws tegenkomen, want de gemiddelde westerling raakt nimmer uitontdekt in Japan. Hieronder een verslag van –op het oog simpele, maar ondertussen oh zo briljante – Japanse vondsten en thuiskomen.

Het voor ons overbekende melkkuipje voor in de koffie heeft in Japan status 2.0 reeds bereikt. Vrijdagavond togen Bas, Pim en ik naar de Yoshinoya (een restaurant met betaalbare doch lekkere maaltijden). Bij het gerecht dat ik bestelde hoorde wat rauwkost, maar aangezien men de simpele beslissing er al dan niet dressing overheen te doen liever bij de klant legt, krijgt deze een op het oog simpel kuipje met dressing. Het inventieve schuilt in de wijze waarop dit geopend dient te worden. Welnu, als volgt: plaats duim en wijsvinger ieder aan een kant, waarbij de bovenkant naar onderen gericht moet worden. Dan valt onmiddellijk op dat er niet één, maar twee sausreservoirs onder het deksel zitten en eveneens dat de plastic afdekking aan de bovenkant in het midden dunner is. Door duim en wijsvinger richting elkaar te bewegen wordt de saus naar het midden verplaatst, alwaar het ’t dunne plastic gecontroleerd doet scheuren en de rauwkost bereikt. Nog belangrijker: de verpakking is met een klein knijpje geheel leeg. Vergelijk dit met de Westerse dressingfles die pas na veel gezwaai en gezwier haar laatste restjes prijsgeeft, en het plezier is nog veel groter! Ik hoop hier binnenkort een foto als bewijsmateriaal te kunnen plaatsen.

Maar dat is niet de enige ontdekking van de afgelopen dagen. Zojuist bezochten we de plaatselijke supermarkt, toepasselijk ‘Gourmet City’ getiteld, voor de dagelijkse boodschappen. Dat levert een speurtocht over het gehele oppervlak van de winkel op, met als gevolg dat alles nogal door elkaar in mijn winkelmandje terechtkwam. Het is belangrijk om op te merken dat de Japanse winkel over het algemeen –ik moet de eerste die er wel een heeft nog tegenkomen- geen lopende band heeft. In plaats daarvan is er een toonbank op heuphoogte waarop de klant zijn mandje plaatst en de caissière het scant en vergezeld van inpak- en vervoermateriaal in een ander mandje plaatst maar dit ook sorteert, zoals mij vanochtend overkwam. De pakken stonden met de voorkant naar mij in de linkerhoek, zakjes lagen opgestapeld in het midden en zware producten stonden volledig symmetrisch in de andere hoek. Ook dit kan ik helaas nog niet meteen met een foto bewijzen, maar het geeft wel te denken: waarom kan dit hier, sterker nog; waarom komen Japanners hier wel op?

Zaterdag was een bijzondere dag: na een jaar konden we Takuo, Tomoko, Eri en Hiromi weer ontmoeten. Hiromi werd echter wel om 11 uur op haar werk verwacht en dus gingen we in alle vroegte –iets te vroeg voor mij, zo bleek- op weg. Na een dik uur stapten we uit de trein op Takasaka-eki. We kunnen de weg naar Matzukazedai -het complex waar ze wonen- dromen, maar om hem na zo lang weer af te lopen was heerlijk. In de supermarkt tegenover de Ikeda-residentie liepen we per ongeluk Tomoko tegen het lijf, die zich plotsklaps had herinnerd dat Pim en ik graag cola dronken en niets ervan in huis had. Vervolgens ontmoetten we achtereenvolgens Hiromi, Eri en Takuo, wisselden cadeaus uit en praatten bij. Traditiegetrouw aten we het middageten bij de Katsuya –ook dat was net zo lekker als een jaar geleden- en bezochten we de Viva Home doe-het-zelf-zaak voor muggenspray, schriften en handzeep. Ook voor het avondeten werden kosten nog moeite gespaard: met yakitori, gyoza en aardappelkroketten was de tafel bomvol. Als klap op de vuurpijl werden we ook nog naar het station gebracht. We beloofden het volgend weekend terug te zullen komen en zwaaiden naar elkaar. Toen wist ik het zeker.

Nu ben ik echt in Japan.

vrijdag 9 juli 2010

Eerste dag in Tokyo

Zoals Tom beschreef, konden we ons door de drukke dag van gisteren opmaken voor een behoorlijke eerst nacht in Tokyo. Waar vorig jaar het slapen op een futon in de Japanse kamer van de Ikeda's zeker een authentieke belevenis was, sliepen we dit keer in heus bed. De nacht was ietwat zweterig (Tom en ik hadden de airco op warm gedraaid door een interpretatiefout), we sliepen nochtans als het spreekwoordelijke blok. Dit was ook nodig, want er diende vandaag een volledig Japanstalige uitleg op de Naganuma taalschool te worden gevolgd. Hierbij een verslag van de belevenissen op school en het opnieuw genieten van de Tokyose treinen.

7:45 in de ochtend besloten we als ontbijt een sandwich te gaan halen bij de Konbini. Na een blik uit het raam om me te ervan te vergewissen dat we daadwerkelijk in Tokyo waren, togen we op weg. Onderweg sloegen ons de warme kookluchten in het gezicht, maar we besloten om het voorlopig even bij een koude sandwich met ei te houden. Na het ontbijt wijdde ik me aan het verder inrichten van mijn kamer, het doornemen van de berg plattegronden van Tokyo die we gisteren hadden ontvangen en een poging tot het leren van karakters.
Er was afgesproken om 11 uur aan de poort van het Mansion te staan, en precies op tijd stond een schare dolenthousiaste Japanologen op onze leidster te wachten. Deze mevrouw, wier naam ik helaas door onduidelijke redenen nog niet vernomen heb, was één van de twee die ons gisteren opving en toonde zich een goede gids.

Allereerst dirigeerde onze gids de groep naar het station van Ekoda. Daar aangekomen legde ze minitieus uit hoe een kaartje het best gekocht kon worden, en al gauw volgden 32 normaliter niet al te controleerbare Japanologen haar de trein in. Zonder veel oponthoud werd de groep via Ikebukuro naar Shibuya geloodst, alwaar de campus van taalschool Naganuma zich bevindt. Alvorens we daar echter terecht konden, bood onze gids een lunch aan in een nabijgelegen restaurantje. Dit ietwat verlopen etablissement bleek een heel behoorlijk 1000 yen menu aan te bieden, en nog geen tien minuten later prijkten een worst en een hamburger gemoedelijk naast een hoopje perfect in vorm geknede rijst. Waar de Engelsman zich vertwijfeld af zou vragen waar de aardappels toch gebleven waren, prees ik me gelukkig met deze verlichting van de schotel. Ook vrolijkte mijn humeur nog eens verder op na een snedige opmerking van Tom, die erop wees dat het wc-licht nogal onregelmatig aan en uitging. Hoewel het voor de hand ligt om te denken dat het hier om experimentele lichttherapie ging, is het toch waarschijnlijker dat licht en een aantal energievretende apparaten op dezelfde groep waren aangesloten.

Na de geneugten van de lunch was het tijd voor serieuzere zaken en verwelkomde Kawase-san ons in de Naganuma taalschool. Deze studiecoördinator toonde zich zeer gevat, en wist ons al snel gerust te stellen dat we hier niet waren voor een ondoenlijk eind tentamen, maar om op eigen niveau Japans te leren. Na het voorstellen van alle docentes, vulde Suzuki-san het verhaal van zijn ondergeschikte aan. Ook Suzuki-san kreeg de zaal aan het lachen, door te refereren aan zijn favoriete speler in het Nederlands elftal. Hij toonde zich namelijk een groot fan van Arjen Robben, volgens eigen zeggen omdat deze net als hijzelf zo kaal als een biljartbal is! Na deze opmerking kwamen de inleidende beschietingen ten einde, en moest er gezwoegd worden op een plaatsings-toets. In mijn geval bleek deze behoorlijk pittig, omdat er een aantal karakters inzat dat ik nog niet kende en omdat veel grammatica diep was weggezakt in het afgelopen half jaar. Gelukkig ging het bijbehorende gesprekje met mevrouw Wakasugi beter. Na afronding van de toets, verzocht men ons een mindmap in te vullen met je interesses en hobby's. Na een kort afsluitend woord en het onafscheidelijke 'o tsukare sama deshita' (jullie hebben hard gewerkt) was de middag vrij om te gaan waar we wilden.

Ikebukuro werd bezocht om voor Toms verjaardag het befaamde 'Taiko no Tatsujin' (Taiko kampioen), een spel waarbij je op de maat van populaire muziek op een virtuele taiko moet slaan, te kopen. Bij het afrekenen wees de (ogenschijnlijk zo formele) verkoper lachend op mijn t-shirt, en merkte op dat het een 'nice shirt' was. Het betrof hier het Tanuki shirt met Mascotte Nukki, dus ontwerpster Roxy kan vereerd zijn dat haar shirt als Japan-waardig wordt aangemerkt! De terugreis naar Ekoda verliep wederom rimpelloos, omdat de Japanse treinen nog steeds verbazingwekkend op tijd bleken te rijden. Al maakten we 's ochtends onze eerste minuut(!) vertraging mee, we bevelen de Nederlandse Spoorwegen van harte aan om snel met Japan Railways te gaan praten. In Ekoda verorberden we samen met Bas een smakelijk maal van rijst, miso, vlees en groente en keerden we terug naar de Mansion. Ik joeg nog even flink Tom de stuipen op het lijf door mijn toegangskaart in mijn kamer te laten liggen. Gelukkig was de nachtportier zo vriendelijk om de deur gratis voor me te ontsluiten.

Morgen staat een bezoek op het programma aan de familie Ikeda, waar we vorig jaar de zomer doorbrachten. We kunnen niet wachten om onze Japanse familie na slechts een jaar alweer te zien! Morgen een verslag van Tom over de avonturen die we gaan beleven in Higashimatsuyama.

Koninklijk met een hoofdletter K & Le Village de 14 Février

Narita moet haast wel het enige vliegveld ter wereld zijn dat een wereldstad met 30 miljoen inwoners bedient –maar waar op het oog nooit iets te doen is. Het is werkelijk zeer vreemd om door de gigantische aankomst te wandelen en om je heen – Japan Air Lines personeel uitgezonderd – geen andere mensen dan diegenen uit jouw eigen vliegtuig te zien. Dat maakt het echter allerminst een vervelende intocht, want het ‘daar zijn we weer!’ gevoel overheerst bij de aanvang van ons derde bezoek aan Japan. Hierbij een verslag van de vreemdste verjaardag en fijnste vliegreis in jaren.

Dat klinkt alsof we er al een flink aantal vlieguren op hebben zitten, echter: niets is minder waar. Bij elkaar opgeteld zou het pas de negende (want twee keer heen en terug naar Japan met telkens één tussenstop maakt acht) keer worden dat we een vliegtuig binnenstapten. Wat deze keer anders maakte was dat we deze keer niet in het holst van de nacht naar Düsseldorf hoefden, maar gewoon in de namiddag op een lijnvlucht in Amsterdam konden opstappen. Dat betekent dubbele winst, immers: 1) geen overstap, en 2) geen Paris Charles De Gaulle, het vliegveld dat er een sport van maakt de passagiers op doorreis zo onaangenaam en ingewikkeld mogelijk de goede kant op te sturen.

Maargoed, zoals gezegd ditmaal niets van deze narigheid. Ingeklemd tussen Pim en een Japanse mevrouw vierde ik in de lucht de tweede helft van mijn 21e verjaardag, die met de fijne eerste helft thuis in gedachten en de service van het uitstekende KLM-personeel lang niet zo vervelend was. Ontzettend veel bewondering voor het geduld van de stewards en stewardessen, het gemak waarmee zij passagiers in meerdere talen te woord staan en hoe zij zonder moeite door de smalle gangpaden manoeuvreerden met cateringwagentjes: Koninklijk met een hoofdletter K.

We zagen hem.

Eenmaal door de douane werden wij ditmaal niet ontvangen door een springende Tomoko en filmende Takuo, maar door twee minstens net zo enthousiaste medewerksters van Nichiran Gakkai (het Japan-Nederland Instituut). Zij troonden ons zichtbaar in hun nopjes mee naar een speciaal voor de gelegenheid gehuurde bus, die ons binnen de kortste keren van Chiba-ken, waar Narita gesitueerd is, naar Tokyo bracht. Een dik uur later kwamen we aan in Ginza, een van de duurste wijken van Tokyo, waar het kantoor van Nichiran Gakkai zich bevond. De setsumeikai of introductiebijeenkomst vond echter plaats in een aanpalend gebouw, dat met –moet ik toegeven- zéér veel gevoel voor stijl ‘Le Village de 14 Février’ getiteld was.

Na een uitleg van een uur zag de Japanse kant ook in dat de jetlag zijn tol begon te eisen. Na een bliksemrondleiding door het kantoor –een verzameling kamertjes waar stapels papieren tot het systeemplafond reikten- begaven we ons richting de Weekly Mansion Ekoda in de buurt Nerima, vanuit Ginza bezien precies aan de andere kant van het Keizerlijk Paleis dat het centrum van Tokyo markeert. Eenmaal daar werden we op een alfabetische volgorde die allerminst alfabetisch te noemen was afgeroepen, van een keycard voorzien en naar onze kamers gedelegeerd, met de wijze woorden ‘neru dake, ashita wa orientation nandesukara’ (‘alleen maar slapen, want morgen is de niveau-oriëntatie toets’). Na een douche en een goede kom Katsudon bleek dat ook het enige wat er nog in zat.

woensdag 7 juli 2010

zondag 9 mei 2010

Voorpret!

We gaan weer! Gedurende vijf weken in de periode begin juli-medio augustus 2010 worden we samen met 33 Leidse collega-Japanstudenten in staat gesteld om in Tokyo een intensief taalprogramma te volgen. Wij beschouwen ons als bofkonten en hebben er weer zin in! Het taalonderwijs zal verzorgd worden door docenten van de Naganuma-taalschool. Colleges vinden plaats op het Japan-Nederland Instituut (JNI), dat als gastinstituut optreedt, dan wel op de Naganuma-taalschool zelf. Een intensief programma wordt ons bereid, we worden elke dag van 9:00 tot 16:00 in de collegebank verwacht.

Vorige zomer werden we omringd door de liefdevolle zorgen van onze “ouders” in Higashimatsuyama in het Noordwesten van Greater Tokyo en hebben we vanuit dit thuis de Japanse cultuur laagje voor laagje tot ons genomen. Wie deze blog nog eens terugleest ziet dat we niet alleen in de breedte van de Japanse oude en nieuwe cultuur hebben gereisd, maar dat we ook toegelaten werden in de diepten van de uchis.

Vorig jaar hebben we vooral cultuur mogen snuiven, nu zullen we de focus leggen op de Japanse taal. Deze komende zomer wonen we in 江古田 (Ekoda) in een zogeheten weekly mansion. Er is een directe metroverbinding naar 池袋 (Ikebukuro), afstand 7 minuten. Vanaf Ikebukuro met de 山手線 (Yamanote-lijn) naar 渋谷 (Shibuya), waar de school zich bevindt, afstand 15 minuten. Waar we vorig jaar anderhalf uur bezig waren om ons voor Hachiko te positioneren, zijn we nu veel sneller op onze favoriete ontmoetingsplek. En dat moet ook wel, want de colleges beginnen stipt om 9:00. De geoefende rekenaar beseft met ons dat we elke dag de luxe genieten om ons mansion om 8.38 af te sluiten, niet alleen de colleges starten stipt, de metro en treinen rijden ook exact op tijd.

Het appartement
Geniet u even mee? Hoewel de website van de verhuurder aangeeft dat de appartementen per stuk in maat en interieur kunnen verschillen, zouden onderstaande foto’s representatief zijn voor het interieur: zeer Japansch!




Voorzieningen
Aanwezig in het appartement:
インターネット回線常時接続無料 gratis normale internetverbinding
ビデオオンデマンド(映画等100タイトル以上の有料番組の提供)gratis on-demand video: meer dan 100 films en televisiezenders
テレビ televisie
電話 telefoon
冷蔵庫 koelkast
エアコン airconditioning
ベッド bed
羽根布団 verenmatras
ワゴンテーブル verrijdbare tafel
電子レンジ magnetron
ドライヤー droger
見覚し時計 alarmklok
便利な備品 (炊飯器、皿、料理道具一式など)を無料貸与いたします。ご希望の方はフロントにお申しつけください handige huisraad (zoals rijstkoker, borden, kookgerei) is op aanvraag gratis uitleenbaar bij de receptie.

Aanwezig in het gebouw:
ランドリーコーナー(洗濯機、乾燥機)washoek (wasmachine en centrifuge)
ロビー(自販機)lobby (met verkoopautomaten)
新聞販売機(有料)krantenkiosk (tegen betaling)
コピー(有料)kopieerapparaat (tegen betaling)
FAX fax (tegen betaling)
宅配便の発送・受け取り postbus (verzenden en ontvangen)
アイロン strijkijzer (tegen betaling)
電気スタンド bureaulampen (tegen betaling)
加湿器 humidifier (WOOW!)

Aanwezig in de buurt:
コンビニエンスストア ローソン(1)1 convenience stores (combini)
スーパーマーケット グルメシティ(5)5 supermarkten
クリーニング(5)5 stomerijen
コインパーキング 3ヶ所(1)1 betaalde parkeergarage (we laten de auto echter thuis)
銀行 都民銀行(2)2 banken
郵便局 練馬旭丘郵便局(3)3 postkantoren
病院 スズキ病院(1)1 ziekenhuis
練馬総合病院(10)10 huisartsen, wie doet je wat!

donderdag 15 april 2010

Vis

Zij staarde mij aan, te midden van al die tientallen andere kommetjes en schoteltjes met producten die net als zij uit de zee of de “wiver” afkomstig waren.

Zij staarde mij aan, op haar zij gelegen, met één oog strak op mij gericht alsof ze zeggen wilde “ik daag je uit, dit gaat je niet lukken”.

Zij was een “wiverfish” en ik mocht haar als delicatesse beschouwen. Het zweet brak me uit, want ik ben niet zo van de vis, of deze nu uit de rivier komt of uit de zee. Zij was niet groter dan de afstand tussen pink en duim uiteen gestoken, maar ze leek van een onoverkomelijke grootheid . Mijn tafeldame zag kans om zeer behendig met hashi – eetstokjes – in een mum van tijd het diertje te fileren en te verorberen, waarna niets anders overbleef dan het intacte graat. En het kopje. En nog steeds, het oog.

Nu jij, sprak het oog. Inmiddels waren er vier ogen op mij gericht: twee van mijn tafeldame en twee van mijn en haar vis.

donderdag 25 februari 2010

Shin Hanga

Dat het fenomeen manga de laatste decennia de wereld verovert, behoeft geen nadere toelichting. De spannende perspectieven, klare lijnen en fantasierijke stripverhalen vormen voor de huidige generatie Japanologen vaak de eerste kennismaking met het land van Wa. De lezers van deze wonderlijke werkjes vol tentakels, pratende kikkers en prachtig getekende schoolmeisjes zijn helaas vaak minder goed op de hoogte van de vroegere vormen van het Japanse grafisch ambacht. Derhalve is het de hoogste tijd om deze lacune te vullen en te kijken naar de Shin Hanga, een in mijn optiek zeer geslaagde kruisbestuiving tussen de Europese en Japanse prentkunst.

De Shin Hanga, ofwel de nieuwe print, ontstond in het begin van de twintigste eeuw. Japan had sinds de Meiji restauratie van 1868 een vloedgolf aan Europese invloeden te verstouwen gekregen en bevond zich in een identiteitscrisis. De tegenwoordig in ere herstelde Ukiyo-e (houtblokdruk) van artiesten als Hokusai en Hiroshige kreeg te maken met stevige concurrentie van goedkopere en nauwkeurigere reproductietechnieken als de lithografie en de diepdruk. Hoewel de houtblokdruk op een gegeven moment met uitsterven werd bedreigd, stond rond de eeuwwisseling een groep kunstenaars op om het tij te keren. Zij bezagen vol ontsteltenis wat veertig jaar technologische en culturele import uit het vreemde Europa had aangericht in Japan. Gevreesd werd dat de eigen cultuur van het eilandenrijk getransformeerd zou worden in een kopie van het westen. Vastbesloten om dit schrikbeeld niet werkelijkheid te laten worden werd het in verval geraakte ambacht van de houtblokdruk opgepakt.

De kunstenaars die zich groepeerden rond uitgever Watanabe Shōzaburō wilden echter niet in het verleden blijven hangen. Ze realiseerden zich terdege dat Europese stromingen als het realisme en impressionisme niet meer weg gedacht konden worden
uit het arsenaal aan invloeden waaruit de Japanse artiest putte. Wel riep het aanzien van Ukiyo-e van de grote meesters uit de Edo periode de nodige weemoed op, daar de afgebeelde taferelen nog geen spoor verrieden van de verwestersing die later zou plaatsvinden. Ook onder invloed van kunstminnaars uit het westen die de Ukiyo-e als verfrissend en exotisch beschouwden, werd besloten tot een samensmelting van de Japanse en westerse traditie. Hoewel perspectief, houtskool en realistische uitbeelding omarmd werden, waren de thema’s van de Shin Hanga immer Japans. Of het nu
een jonk betreft die uitvaart tegen de achtergrond van een dieprode ondergaande zon, een besneeuwde tempel waar enkel voetafdrukken de stille getuigen vormen van een zopas voorbijgetrokken monnik of een geisha die haar kimono schikt en de toeschouwer daarbij een blik vergunt op haar ranke hals; de prenten zijn allen getuigen van een voorbijsnellend ogenblik. De toeschouwer wordt getroffen door de melancholie die uit deze prenten spreekt, de onverkwikkelijke wetenschap dat het tafereel uit de prent reeds voorbij is.



Doordat de Shin Hanga teruggreep op de traditionele Japanse kunsten, werkten de artiesten vaak in aloude genres als de Fūkeiga (landschappen), Meisho (beroemde plaatsen), Kachōga (bloemen en vogels), Bijinga (mooie vrouwen) en Yakusha-E (acteursprenten). Hoewel alle werken binnen de Shin Hanga zonder uitzondering de moeite van het aanzien waard zijn, springt een aantal artiesten eruit. Een prominent figuur binnen de beweging was Kawase Hasui die zijn voorliefde voor traditionele architectuur en taferelen in de indrukwekkende natuur van Japan niet onder stoelen of banken stak. Waar hij een tegenwicht hoopte te bieden tegen de opkomst van goedkoop en snel gebouwde westerse architectuur, vervulde Ito Shinsui deze rol in het genre van de Bijinga. Zijn uitbeeldingen van oogverblindende schoonheden in traditionele kledij die met hun toilet in de weer zijn, geven uiting aan zijn ergernis over het afnemende aantal vrouwen dat nog in kimono verschijnt. Naast Kawase en Ito waren ook figuren als Ohara Koson actief die gebruikmaakten van het westers realisme om de rijke flora en fauna van Japan weer te geven. Zijn trefzekere uitbeelding van een aap die terwijl hij aan een tak hangt de weerspiegeling van de maan probeert te grijp en, is levensecht, maar verwijst tegelijkertijd naar een klassiek thema.

Hoewel de Shin Hanga een relatief korte bloeiperiode van ruwweg 1910 tot 1940 kende, vonden de afdrukken gretig aftrek in met name de Verenigde Staten. Collectioneurs als Robert O. Muller bewonderden de voor hen geheimzinnige en exotische taferelen die de Shin Hanga artiesten uitbeeldden. Uitgevers als Watanabe speelden hier handig op in en vroegen zijn artiesten om deze prenten met hun idealisering van het Japanse verleden zelfs aan de romantische gevoelens van de westerling tegemoet te laten komen. Ironisch genoeg zouden de Shin Hanga nooit grote aftrek vinden in het door de moderniseringsgolf overspoelde Japan. In 1942 werd een abrupt einde gemaakt aan de nieuwe print, omdat zij in de ban werd gedaan door het militaire bewind dat enkel nog het vervaardigen van oorlogspropaganda toestond. Gelukkig is een groot aantal van de prenten bewaard gebleven en vorig jaar zelfs in het Sieboldhuis tentoongesteld. Voor wie deze expositie gemist heeft, is een selectie van de beste werken opgenomen in het boek Printed to Perfection van de Nederlandse uitgeverij Hotei. Het doorkijken van dit werk is een waar genot voor de romantische ziel. Ik beveel eenieder daarom van harte aan het eens te door te kijken in onze eigen Oost-Azië bibliotheek in Leiden.