maandag 13 juli 2009

Wonderlijk tijdverdrijf

Zoals beloofd volgt hier een korte beschouwing over een populair tijdverdrijf alhier: Pachinko. Nadat we gisteren met Kazuo Yoshino (de vader van Tomoko) heerlijk in het buurtrestaurant hadden gegrild, herinnerde de oude baas zich dat we het spel Pachinko tijdens de maaltijd hadden genoemd. Met een lichte twinkeling in hun ogen keken Kazuo en Takuo elkaar aan en terstond werd besloten ons naar de dichtsbijzijnde Pachinko hal mee te nemen.

Nu hadden Tom en ik in een reisgids wel het een en ander over dit gokspel gelezen, maar na de hal te zijn binnengegaan was onze verbazing desalniettemin zeer groot. Slechte kermismuziek werd op een volume gedraaid dat minstens drie keer zo hoog stond dan de legale norm in Nederland en van alle kanten flitsten ons schreeuwerige afbeeldingen tegemoet. De aanwezige spelers waren vrijwel zonder enige uitzondering man en van middelbare leeftijd. Een dikke rookwolk drong onze neusgaten binnen, aangezien men in Japan geen rookverbod in de horeca voert en de stress van het spel toch weggerookt moet worden. Na een geschikte Pachinko automaat te hebben uitgekozen voerde Takuo een 1000 yen biljet in en prompt vielen een kleine honderd metalen kogeltjes in een bakje onder de automaat. De kast die we voor onze neus hadden leek nog het meest op een verticale flipperkast. Het was de bedoeling dat de kogeltjes via een rits metalen pinnetjes in een gaatje onderin de kast geleid werden. Zodra het spel begon werden de kogeltjes afgeschoten in de kast en moest met een knop de juiste snelheid regelen, zodat de kogeltjes tegen het juiste pinnetje zouden komen. Aangezien de harde muziek het aanhoren van uitleg ernstig belemmerde, speelden Tom en ik het klaar om ieder in een paar minuten het spelletje te verliezen. Ietwat teleurgesteld verlieten we de hal, maar nadat Takuo vertelde dat hij in zijn highschool-tijd ook veel geld aan het spelletje had verloren waren we weer gerustgesteld.

Waar de kogeltjes eigenlijk voor dienden lazen we later in een reisgids. Als je goed speelt worden er na iedere speelbeurt steeds meer kogeltjes uitgekeerd door het apparaat. Zodra de speler vindt dat hij genoeg kogeltjes heeft kan hij ze inwisselen bij een loket voor sigaretten en knuffels. Gokken is bij wet verboden, maar het ontvangen van cadeau's levert geen probleem op. Zodra een speler de hal verlaat kan hij zijn materiële prijzen inwisselen bij een ander loket om de hoek, voor cash. Men redeneert in dit geval dat je de giften van de Pachinko hal weer aan hen terug verkoopt, en op deze wijze is er gewoon sprake van een legale transactie.

Omdat we vandaag een rustdag hebben gehouden (waarop we weliswaar Nederlandse spaghetti voor de Ikeda's hebben gekookt), zijn we morgen van plan om met getweeën naar Tokyo te gaan. Gezien de superieure kwaliteit van het OV hier zal dat geen probleem worden en een verslag in beeld en tekst zal zo spoedig mogelijk volgen. Voor nu hopen we dat het restant van de Nederlandse dinsdag jullie nog veel goeds biedt en wensen we iedereen alvast een goede nacht toe!

zondag 12 juli 2009

Tokyo: Lust ende vermaeck

Een van de zaken waarin Japanners een vrij verschillend standpunt innemen ten opzichte van de Hollanders, is het beleven van de vrije tijd. Waar Nederlanders een vrije dag vaak zien als een kans om rustig aan te doen in de huiselijke sfeer, trekt de Japanner er vrijwel zonder uitzondering op uit om het vertier elders te zoeken. Natuurlijk kennen we in Nederland ook het dagje uit naar plaatsen als Artis en de Efteling, maar de geestdrift waarmee Japanners dit doen is ongeëvenaard.

Zo stonden wij afgelopen zondag omstreeks zeven uur in de ochtend op om ons naar Tokyo te begeven. Hoewel Eri het druk had met vrijwilligerswerk, hadden de andere drie de tijd gevonden om ons te begeleiden naar de wijken Asakusa en Odaiba. In Asakusa bezochten we allereerst de Senso-Ji, een beroemde Boeddhistische tempel die na de oorlog minitieus was herbouwd. Met name de rode lantaarn in de Kaminari Mon(donderpoort) deed ons denken aan lang vervlogen tijden. Na een tijdje de tempelgebouwen en pagodes te hebben aanschouwd, ging onze aandacht over naar de enorme mensenmassa die zich door de toegangspoort van de tempel stroomde. We zagen hoe de meeste Japanners hun schaarse vrije tijd benutten door iedere bezienswaardigheid minstens vijf keer te fotograferen en de handelingen die men verricht alvorens de tempel te betreden in een hoog tempo uit te voeren. Als kers op de appelmoes had men de toegangsweg naar de Senso-Ji voorzien van een rij stalletjes waar de meest uiteenlopende waren werden verkocht. Deze veelal stevig geprijsde etenswaren, amuletten en minder voor de hand liggende objecten als merkkleding werden waarschijnlijk aangeboden vanuit de gedachte dat het tijd spaart om winkelen en tempelbezoek te combineren. Tomoko deelde gelukkig onze mening dat we beter niets konden kopen in de buurt van de tempel en troonde ons mee naar de Konbini (24-uurs supermarkt) even verderop om sandwiches en koele dranken te kopen.

Na het middagmaal in de auto gebruikt te hebben - op straat eten is veelal verboden in Japan - begaven we ons naar Odaiba, een kunstmatig aangelegd eiland in de baai van Tokyo. Het was oorspronkelijk aangelegd als verdedigingswal tegen buitenlandse schepen die Japan zouden kunnen binnenvallen, maar tegenwoordig doet het dienst als een recreatie- annex winkelgebied. Ook is er op het eiland veel interessante architectuur verrezen, waarvan het hoofdkantoor van Fuji TV het meest in het oog springt. Dit staketsel van glas en metaal lijkt nog het meest op een rubiks cube waarvan sommige rijen blokjes zijn weggelaten. Het bleek mogelijk te zijn om de tv studio's in het gebouw te bezoeken, maar eerst moesten we een vijftien meter hoog standbeeld van Gundam Wing aanschouwen. Japan is beroemd om de vele tekenfilmseries die er geproduceerd worden en de serie Gundam is onderdeel van het collectieve geheugen van veel Japanners. In het kort draait het verhaal om reusachtige robots die elkaar telkens te lijf gaan. Één van deze robots was nu verrezen op Odaiba en drommen Japanners verzamelden zich aldaar om zich nog eenmaal tegoed te doen aan hun jeugdherinneringen. In een ontzagwekkende, maar Japans ordelijke rij schuifelde men langzaam naar de voet van het beeld, zodat wij eieren voor ons geld kozen en van een afstandje een foto namen. Hierna stond voornoemd gebouw van Fuji TV op het programma.

Medewerkers van Fuji TV in keurig oceaanblauw uniform verwelkomden ons en nodigden ons uit om de studio's te verkennen. Maar de Japanners zouden de Japanners niet zijn als ze niet een trucje hadden bedacht om de bezoekers via een vaste route door het gebouw te loodsen. Bij de ingang werd een stempelboekje uitgedeeld met daarop de mascotte van Fuji-TV, een hondje dat sterk op Snoopy leek maar het door zijn blauwe kleur natuurlijk niet was. Aan de binnenzijde van het boekje was een wit vlak opengelaten waarop je met een aantal stempels het gezicht van het hondje in delen kon stempelen. De automaat met de mond van het beest stond op de begane grond, het gezicht bovenin en de ogen weer ergens anders. Op deze manier moest je het parcours wel aflopen en kon je er niet met een 'ik geloof het wel' mentaliteit mee ophouden.

Na Odaiba te hebben verlaten zouden we genieten van het maal bij de vader van Tomoko in de vorige post en een vliegensvlug potje Pachinko spelen. Meer informatie over wat dit gokspel precies inhoudt en hoe wij daarnaast onze eerste karaoke beleefden volgt morgen. In de tussentijd hebben we alvast de tot nu toe genomen foto's beschikbaar gemaakt.

donderdag 9 juli 2009

Eten in Japan

Volgens afspraak: sushi! Donderdag om half één precies stond een zichtbaar opgetogen buurvrouw klaar om met ons naar de sushi bar te gaan. Om de feestvreugde nog verder te vergroten waren haar man en de buurvrouw van twee flats verder ook van de partij.

In een restaurant ter grootte van een halve gymzaal, ingedeeld in drie gedeeltes die elk van hun eigen personeel voorzien waren, moest het gebeuren. Elke tafel stond met de kopse kant aan een lopende band waarop in rustig tempo bordjes met allerhande sushi voorbij kwamen.
Na het wassen van de handen, inschenken van de (wederom zoveel als men wil) thee en het losbreken van de eetstokjes kon er naar hartelust van de lopende band gekozen worden. Na enkele exotische combinaties waarvan wij het bestaan niet hadden durven vermoeden vielen ons pas de rails enkele tientallen centimeters boven de lopende band op. Het nut ervan werd ons duidelijk toen een van de lunchgenoten zin had in tonijn, dit niet op de band aanwezig was en vervolgens via een touch-screen besteld moest worden. Binnen een minuut kwam er een miniatuur shinkansen hogesnelheidstrein, bestuurd door de mascotte van het restaurant aanzoeven met aan boord, je raadt het al, tonijn. Aangezien Pim en ik hier zichtbaar verrast over waren besloot men het trucje enkele malen te herhalen. Nog verbaasder waren we toen de rekening kwam: voor omgerekend nog geen 10 euro hadden we meer gegeten dan bij enig ander Nederlands restaurant voor die prijs mogelijk zou zijn.

Goed, tot zover vis en andere oceaanschepselen: na een paar dagen van dit voedsel is de Europese maag toe aan vlees. Die gedachte werd gedeeld door de vader van Tomoko die ons apetrots meevoerde naar zijn favoriete restaurant in Yokohama.
Deze plek kende gelukkig een iets intiemere setting: tafels voor vier personen, ieder van elkaar afgeschermd met plantenbakken en in het midden van iedere tafel een miniatuurbarbecue om het van het bedienend personeel verkregen rauwe vlees aan te braden.

Nu eet men in Japan pas sinds de jaren 70 van de 19e eeuw vlees, maar in die krap 140 jaar tot nu heeft men uitgevonden waar in het Westen langer over gedaan werd: ook het orgaanvlees is eetbaar. En dat hebben we geweten, want de verscheidene vleeschsoorten waren op zijn minst interessant te noemen: alleen al op één bordje lagen runderhart en runderdarmen - waarvan de smaak overigens alleszins meeviel wanneer vergezeld van een flinke scheut soyasaus- en wanneer ik maar uit alle macht dacht dat de taaie substantie in mijn mond een hamburger was, leverde het verder geen problemen op. En net toen ik dacht een –althans in mijn ogen- normaal stukje vlees gevonden te hebben klonk het opgewekt: ‘lekker hè, tong?’
Desalniettemin hebben we zeer genoten van deze maaltijd –dit tot zichtbaar plezier van Tomoko’s vader- en keerden we moe, maar voldaan, terug naar huis.

Morgen een verslag van een zondagmiddag in Tokyo, (hopelijk) veel fotomateriaal en een kijkje in de keuken van een van de grootste televisiezenders van Japan.
Tot slot de quote van de dag: ‘Ah, nu probeert een pinguin mij de weg naar de electronicazaak uit te leggen,’ aldus Pim die de website van Yamada-denki raadpleegt.
Tot morgen!

Gemeensschapszin in Japan

Na als een roos geslapen te hebben na het Tanabata festival van dinsdagavond, werden we woensdagmorgen weer stipt om zes, zeven en acht uur gewekt door het 'berenlied' dat uit het fax annex telefoontoestel schalt. Ook was het drukke gepraat van Tomoko die Hiromi en Eri op tijd de deur uit probeerde te krijgen hoorbaar. Helaas vielen we daarop nog even in slaap, zodat iedereen al naar werk en school was vertrokken zodra we de tatamikamer uit kwamen.

Daarom besloten we na het ontbijt om de Japanse televisie eens aan een nadere blik te gaan onderwerpen. Het fijne aan de programma's is dat ze vaak ondertitels bevatten, hetgeen niet alleen het begrip voor buitenlanders vergemakkelijkt, maar ook handig is voor doven en slechthorenden en om je karakterkennis bij te schaven. We vielen met onze neus in de boter aangezien er een herdenkings- uitzending voor Michael Jackson plaatsvond. Een panel van bekende Japanners becommentarieerde gezeten achter een bureau de beelden uit Los Angeles. Regelmatig werd er overgeschakeld naar een verslaggeefster in Amerika, terwijl de panelleden in vanuit een hoekje onderin beeld toekeken en zich duidelijk zeer aangedaan betoonden. Daarop gaven de bekende Japanners om beurten aan welk een onmisbare rol Michael Jackson in de popmuziek had vervuld. Hierbij werden zij bijgestaan door een Amerikaan (uiterst rechts aan het bureau gezeten) die gezien zijn afkomst natuurlijk alles kon vertellen over zijn pas overleden landgenoot. Het viel ons op dat dit programma format zodanig is opgezet dat het de argeloze kijker keurig instrueert welke emoties en gedachten deze moet hebben bij het heengaan van de superster. Als nuchtere Hollanders zouden we hierbij de kritische kantteking kunnen plaatsen dat men zelf wel bepaalt wat men van het gebeurde vindt. Er is echter ook wel wat te zeggen voor de Japanse manier waarop men de emoties kanaliseert, zodat de kijker niet met onnodige vraagstukken belast wordt en een harmonieuze gemoedstoestand kan bewaren.

Na in de ochtend enkele uren karakters te hebben geleerd en bijna de schermpjes uit Toms DS te hebben getrommeld begonnen onze magen te rammelen. Gelukkig bevindt de buurtsuper, de Mami Maato, zich aan de overkant van de Ikeda residentie en spoedden we ons daarheen om een broodje te kopen. Na creatieve combinaties als ham-mayonaise broodjes te hebben overwogen besloten we toch maar te gaan voor de Pizza Pan (pizza broodjes). Bij het afrekenen kreeg Tom een helder moment en merkte op dat in Japan de voor Nederland zo kenmerkende lopende band ontbreekt bij de kassa. We vermoeden dat de lopende band bewust is weggelaten zodat de gekochte waren niet in de verdrukking kunnen komen aan het eind van de band. Ook is het vanuit esthetisch oogpunt natuurlijk veel mooier als het kassameisje de producten één voor één afrekent alsof het de duurste kostbaarheden zijn. Onder het fluisteren van talloze beleefdheidsfrasen werden de broodjes afgeslagen en viel ons onnoemelijke dank ten deel, enkel en alleen omdat we winkelden bij de betreffende supermarkt. Na de ietwat flauwe maar degelijke broodjes naar binnen te hebben gewerkt werd er gestofzuigd en om een uur of half vier kwam Tomoko al weer thuis.

Omdat Eri bij haar vrijwilligersclub in Tokyo aan het werk was en Hiromi naar de cramschool was om voor haar examens te studeren, besloot Tomoko dat het beter was om buiten de deur te eten. Dan konden we gelijk naar de Yamada Denki (elektronicawinkel) gaan om te kijken wat het felbegeerde elektronische woordenboek dat we voor de studie willen kopen kost. Tomoko had ons aanbevolen om een print mee te nemen van de prijs van het apparaat op het internet, zodat we wellicht af zouden kunnen dingen. De arme verkoper die ten prooi viel aan Tomoko's afding-offensief wrong zich in allerlei verbale bochten om ons duidelijk te maken dat het prijsverschil met internetwinkels toch echt niets uitmaakte voor onze prijs.


We besloten het woordenboek via Amazon te bestellen en reden naar een filiaal van de restaurantketen Katsuya. Het avondeten bestond uit een heerlijke kom Katsudon, een kom rijst waarover omelet en reepjes varkensvlees zijn uitgespreid. In dit restaurant viel de vindingrijkheid van de Japanners nog eens op. Tussen de tafeltjes waaraan de klanten konden plaatsnemen bevonden zich looppaden waarover enkel het personeel zich kan verplaatsen. Op deze manier worden botsingen met klanten voorkomen en kan het personeel zich zo snel mogelijk naar de gasten spoeden.

Na weer met alle egards het restaurant uit te zijn begeleid, nam Tomoko ons mee naar een tweedehands entertainment winkel. In deze van de buitenkant ietwat groezelig uitziende doos bevonden zich meters manga, films en computerspellen die na korte of langere tijd door de eerste eigenaar waren verkocht. Het viel op dat de Japanners uiterst zuinig omspringen met hun spullen, aangezien de meeste waar niet van een nieuw exemplaar te onderscheiden was. Na besloten te hebben de volgende dag zeker terug te komen, keerden we huiswaarts om het woordenboek te bestellen. Tijdens het bestellen stond de televisie aan waarop een wel zeer eigenaardig programma werd uitgezonden. Verhalen van jongeren met fors overgewicht die maar niet konden afvallen werden nagespeeld door acteurs. Men schroomde niet om vervelende situaties te tonen waarin de jongeren uit hun kleren scheurden of zich overgaven aan een vreetbui. Uiteindelijk konden de meeste jongens en meisjes toch afvallen en kwam alles toch nog op zijn pootjes terecht. We vermoedden dat de opzet hier was om de kijker te tonen hoe beschamend het is om buiten de groep te vallen, in dit geval om te dik te zijn. Ook hier werd duidelijk dat je niet behoort af te wijken van de groepsnorm en dat bij het aanpakken van uitzonderingen een harde methode niet noodzakelijkerwijs geschuwd hoeft te worden.

Na ons deze dag wederom te hebben gelaafd aan het Japanse was het tijd om te gaan slapen voor de volgende dag waarop ons Sushi, verbluffend punctueel openbaar vervoer en nog meer comfort ten deel zou vallen.

dinsdag 7 juli 2009

Lost in translation?

Lost In Translation? Niet met Tomoko Ikeda als hoofd van het - doordeweeks driekoppig, in de weekenden vierkoppig - vertaalteam. In de wetenschap dat er fouten mogen worden gemaakt en als het echt zoeken wordt Engels is toegestaan, rollen er zonder veel handen en voetenwerk, redelijk ingewikkelde zinsconstructies heen en weer. En dat is een hele opluchting!

Wat na ruim 2 dagen in Japan, vooral opvalt is het perfectionisme dat bijna alles uitstraalt. Zo hebben wij ook vandaag van een (overigens overheerlijke) lunch kunnen genieten in de kantine van Tokyo Denki Daigaku (de technische universiteit) in Hatoyama. Fujita-san, de vriendelijke bovenbuurman van ons gastgezin, pleegt zo nu en dan aldaar de middagmaaltijd te gebruiken aangezien deze goedkoop is en men bovendien veel waar voor minder geld krijgt.

Het kan altijd efficiënter : Na eerst de logistiek van Mc Donald's goed te hebben bestudeerd werden uiteraard en als vanzelfsprekend de volgende significante verbeteringen aangebracht in deze kantine. Om de toonbankdrukte veroorzaakt door klanten die niet kunnen kiezen - of tot in den treure zelf menu’s mogen samenstellen - te vermijden, bevindt de eetzaal zich op de eerste verdieping en staat op de begane grond een vitrine waarin de maaltijden (1 op 1 schaalmodellen van plastic) staan uitgestald zodat de klant daar al kan bepalen wat hij neemt.
Vervolgens gooit deze het gewenste bedrag in yen in een automaat die een kaartje uitprint met daarop de naam van het gerecht. Daarna begeeft de klant zich richting toonbank, waar dit kaartje wordt ingeleverd en zowel kok als klant precies weten wat er gemaakt en gegeten gaat worden.


En ten slotte kan er naar lieve lust gratis groene thee en water getapt worden. De universitaire eetzaal zat dan ook terecht vol met dagjesmensen.
Zulk perfectionisme vind je ook terug in huis. De deur van de traditioneel Japanse tatami-kamer bestaat uit twee schuivende panelen die precies in een uitsparing in de muur verdwijnen. Het is ook de bedoeling dat dit gebeurt: steken ze slechts een centimeter uit, dan worden ze subtiel iets dieper geschoven. Het oog voor detail is opmerkelijk.

Japan is op het moment bijzonder vochtig en warm, mede doordat het ’s nachts niet afkoelt. Er hangt een warme wolk in de straten waartegen je bijna kan leunen bij het openen van de voordeur. Dat weerhoudt ons er echter niet van op pad te gaan.
Dus stonden we maandag voor de zekerheid vijf minuten eerder dan gepland om 12.15u scherp voor het huis van de Ikeda’s op de moeder van Aoi te wachten. We hadden geen minuut later moeten komen want om 12.15u reed de zeer vierkante auto voor.
Na een kort ritje door typisch Japanse straten kwamen we bij Touyou Daigaku (Oost-West universiteit) aan. Na samen met Aoi-chan de campus verkend te hebben genoten we van een overheerlijke lunch in de universiteitskantine, waar zich hetzelfde ritueel als vandaag voltrok.
Daarna maakten we kennis met de ietwat zenuwachtige vriendengroep van Aoi. Toen bleek dat ze het voor hen zo moeilijke Engels niet hoefden in te zetten werd het erg gezellig!

De avond stond (althans voor mij) in het teken van wennen aan het idee dat rauwe vis niet alleen gezond maar ook lekker is en het nuttigen ervan. Aldus gleden de stukken tonijn, sint jacobs-schelp en zalm samen met een flinke slok soya-saus naar binnen. En het viel hartstikke mee (werkelijk waar!)

Vanavond krijgen we de kans een typisch Japans feest mee te maken aangezien het Tanabata-feest, waarbij Japanners de ontmoeting van de zon en de maan vieren, elk jaar op 7 juli plaatsvindt, en dit jaar mijn verjaardag daar mee samen valt. Zoals Pim net opmerkte na Tomoko aan de telefoon te hebben horen spreken met de buren: ‘De hele flat is volgens mij cake aan het bakken.'

Tot morgen!

maandag 6 juli 2009

Yokoso Japan!

Na een vermoeiende maar voorspoedige vliegreis konden we gisteren tevreden vaststellen dat we daadwerkelijk op Japanse bodem geland waren. De klamme deken die het regenseizoen op ons liet neerdalen, de automatische toiletten en de overvloed aan mededelingen in het Japanse schrift op Narita gaven ons gelijk een vertrouwd gevoel.

Na ternauwernood aan een douanebeambte die onze koffer wilde omkeren te zijn ontsnapt, stonden Takuo en Tomoko ons in de aankomsthal op te wachten. Hoewel het erg onwerkelijk was om ze in plaats van online nu in het echt te zien, konden we onze gastouders eindelijk weer omhelzen. Na de eerste begroetingen trakteerden de Ikeda's ons op een flesje groene thee en stapten we in de auto om naar Higashimatsuyama te gaan. We konden gelijk al zien dat het leren van karakters zijn vruchten afwerpt omdat bijvoorbeeld het qua uiterlijk en uitspraak exotisch aandoendeトンネル信号 (tanerushingou) niet meer betekent dan tunnelstoplicht. Na enig gissen en combineren met de al dan niet aanwezige alfabetische transsriptie konden we volgen welke route Takuo nam om ons naar de Ikeda-residentie te brengen. Ook bleken de conversatielessen zoden aan de dijk gezet te hebben zodat we ons slechts met zeer minimale hulp van het Engels al in het Japans verstaanbaar konden maken. Omdat de zondag zelfs voor Japanners een dag is waarop ze rustiger aan doen, was er weinig verkeer en kwamen we omstreeks 9:30 uur aan op de Matsukazedai.

Aldaar viel ons een warm onthaal ten deel van Eri en Hiromi en we mochten onze intrek nemen in de Japanse kamer van hun appartement. Veel tijd om even uit te puffen was er niet, want we werden gelijk meegetroond naar een barbeque die door de Fujita’s, buren van de Ikeda's, was georganiseerd. Op het gemeenschappelijke akkertje had men een tent opgezet waaronder geestdriftig maiskolven en sukiyaki (geroosterde bami) werden geroosterd. Ook hadden de mannen al het nodige bier achter de kiezen waardoor het gesprek algauw op interessante onderwerpen kwam. De aanwezigen konden maar niet geloven dat Nederlanders het niet zo op insecten hebben terwijl Japanners vuistgrote kevers houden om deze te laten vechten tegen elkaar. Even later passeerden typisch Hollandse toeristische attracties de revue, waaronder de Keukenhof, ‘Amustorudamu’ en de tulp. Één man had zich kennelijk ingelezen over de tulp en kwam zelfs met het verhaal van de 17e eeuwse tulpenmanie op de proppen. Naarmate het gesprek en de bierconsumptie vorderden werden we een aantal keren uitgenodigd om mee te lopen in het plaatselijke Matsuri (festival) en daarin samen met Japanners de Mikoshi (draagbare tempel) te dragen. Om drie uur moesten we helaas terugkeren naar de Matsukazedai omdat we daar een afspraak hadden met Aoi Tanaka, maar men zegde toe speciale schoenen voor onze grote voeten te maken en ons te bellen wanneer het festival precies zou plaatsvinden.

Omstreeks een uur of vier arriveerde Aoi met haar moeder en zuster. Als gastgezin hadden we haar vijf jaar geleden in ons midden opgenomen, maar haar niet kunnen ontmoeten toen we in 2006 voor de eerste maal in Japan waren. Ze bleek tegenwoordig scheikunde te studeren aan de universiteit en na van ons een pak hagelslag en gestampte witte muisjes gekregen te hebben kregen we de uitnodiging om de volgende dag een rondleiding over de campus van haar universiteit te volgen. Na een uitgebreid overleg met onze gastvrouw Tomoko als tolk werd afgesproken dat we om 12:20u bij de supermarkt tegenover het huis van de Ikeda’s zouden wachten zodat de moeder van Aoi ons naar de universiteit zou kunnen brengen. Na dit bliksembezoek was het etenstijd en konden we genieten van een Japanse curry schotel, die in tegenstelling tot wat de term curry doet vermoeden in het geheel niet heet was, maar des te lekkerder. Zodra het diner genuttigd was en de vaat aan kant, gingen we over tot het traditionele aanbieden van cadeaus aan onze gastfamilie. Hoewel moeders niet gelukkig was met de hoeveelheid cadeaus die we hadden meegebracht vielen de meegebrachte waren stuk voor stuk in goede aarde. Onder meer de poffertjespan werd vol aandacht beschouwd en Takuo was dermate in zijn nopjes met de korenwijn dat alleen Tomoko hem nog kon weerhouden van het onmiddellijk inschenken van een borrel. Na het uitpakken der cadeaus vielen onze ogen door toedoen van de jetlag al bijna dicht, maar we konden via de webcam nog een snelle groet aan het thuisfront in Nederland brengen. Vervolgens wisten we niet hoe snel we de futons konden uitspreiden in de Japanse kamer en vielen we als een blok in slaap. Alles bij elkaar genomen was het een geweldige eerste dag omdat bleek dat onze verrichtingen voor de studie de communicatie een stuk vergemakkelijkten. Ook viel de vriendelijkheid en de oprechte interesse van de Japanners die we ontmoetten weer als een warme deken over ons heen. Het beloofde in ieder geval al veel goeds voor de dag van vandaag. Maar daarover, vanwege de jetlag, morgen meer!

donderdag 2 juli 2009

welkom! いっらしゃいませ!

Hartelijk welkom op onze weblog!
Op deze plek zullen wij hopelijk dagelijks, maar in ieder geval met een zekere regelmaat verslag doen uit het Land van de Rijzende Zon.
Na 2 jaar intensieve bestudering van zowel de taal als cultuur van Japan kunnen we, na een geweldig verblijf van 2 weken in 2006, voor de tweede keer afreizen naar het verre Oosten.


Wat kunt u hier verwachten: met vele foto's geïllustreerde verhalen over bezoeken aan betoverende tempelcomplexen, eindeloos ronddwalen in de stadsjungle van Tokyo, verblijf bij de gezelligste familie van Japan, de beklimming van Mount Fuji, het eten van vis, schaamteloos meeblèren met karaoke, nét op tijd openzwaaiende tolpoortjes, tonijnen van 2 bij 3 meter, honderdduizenden Mickey Mouse opzet-oren, het eten van nog meer vis, schouder aan schouder in de trein staan, met computergames keer op keer verslagen worden door kinderen van 10, Japanse vragen over de indeling van een serie grachtenpanden, betonnen windmolens, wegen vol rijdende conservenblikken, achtbanen door kantoorpanden, het bestijgen van een rood witte Eiffeltoren (+ 9 meter)... en bij terugkomst vele meters film!

また ね!