donderdag 25 februari 2010

Shin Hanga

Dat het fenomeen manga de laatste decennia de wereld verovert, behoeft geen nadere toelichting. De spannende perspectieven, klare lijnen en fantasierijke stripverhalen vormen voor de huidige generatie Japanologen vaak de eerste kennismaking met het land van Wa. De lezers van deze wonderlijke werkjes vol tentakels, pratende kikkers en prachtig getekende schoolmeisjes zijn helaas vaak minder goed op de hoogte van de vroegere vormen van het Japanse grafisch ambacht. Derhalve is het de hoogste tijd om deze lacune te vullen en te kijken naar de Shin Hanga, een in mijn optiek zeer geslaagde kruisbestuiving tussen de Europese en Japanse prentkunst.

De Shin Hanga, ofwel de nieuwe print, ontstond in het begin van de twintigste eeuw. Japan had sinds de Meiji restauratie van 1868 een vloedgolf aan Europese invloeden te verstouwen gekregen en bevond zich in een identiteitscrisis. De tegenwoordig in ere herstelde Ukiyo-e (houtblokdruk) van artiesten als Hokusai en Hiroshige kreeg te maken met stevige concurrentie van goedkopere en nauwkeurigere reproductietechnieken als de lithografie en de diepdruk. Hoewel de houtblokdruk op een gegeven moment met uitsterven werd bedreigd, stond rond de eeuwwisseling een groep kunstenaars op om het tij te keren. Zij bezagen vol ontsteltenis wat veertig jaar technologische en culturele import uit het vreemde Europa had aangericht in Japan. Gevreesd werd dat de eigen cultuur van het eilandenrijk getransformeerd zou worden in een kopie van het westen. Vastbesloten om dit schrikbeeld niet werkelijkheid te laten worden werd het in verval geraakte ambacht van de houtblokdruk opgepakt.

De kunstenaars die zich groepeerden rond uitgever Watanabe Shōzaburō wilden echter niet in het verleden blijven hangen. Ze realiseerden zich terdege dat Europese stromingen als het realisme en impressionisme niet meer weg gedacht konden worden
uit het arsenaal aan invloeden waaruit de Japanse artiest putte. Wel riep het aanzien van Ukiyo-e van de grote meesters uit de Edo periode de nodige weemoed op, daar de afgebeelde taferelen nog geen spoor verrieden van de verwestersing die later zou plaatsvinden. Ook onder invloed van kunstminnaars uit het westen die de Ukiyo-e als verfrissend en exotisch beschouwden, werd besloten tot een samensmelting van de Japanse en westerse traditie. Hoewel perspectief, houtskool en realistische uitbeelding omarmd werden, waren de thema’s van de Shin Hanga immer Japans. Of het nu
een jonk betreft die uitvaart tegen de achtergrond van een dieprode ondergaande zon, een besneeuwde tempel waar enkel voetafdrukken de stille getuigen vormen van een zopas voorbijgetrokken monnik of een geisha die haar kimono schikt en de toeschouwer daarbij een blik vergunt op haar ranke hals; de prenten zijn allen getuigen van een voorbijsnellend ogenblik. De toeschouwer wordt getroffen door de melancholie die uit deze prenten spreekt, de onverkwikkelijke wetenschap dat het tafereel uit de prent reeds voorbij is.



Doordat de Shin Hanga teruggreep op de traditionele Japanse kunsten, werkten de artiesten vaak in aloude genres als de Fūkeiga (landschappen), Meisho (beroemde plaatsen), Kachōga (bloemen en vogels), Bijinga (mooie vrouwen) en Yakusha-E (acteursprenten). Hoewel alle werken binnen de Shin Hanga zonder uitzondering de moeite van het aanzien waard zijn, springt een aantal artiesten eruit. Een prominent figuur binnen de beweging was Kawase Hasui die zijn voorliefde voor traditionele architectuur en taferelen in de indrukwekkende natuur van Japan niet onder stoelen of banken stak. Waar hij een tegenwicht hoopte te bieden tegen de opkomst van goedkoop en snel gebouwde westerse architectuur, vervulde Ito Shinsui deze rol in het genre van de Bijinga. Zijn uitbeeldingen van oogverblindende schoonheden in traditionele kledij die met hun toilet in de weer zijn, geven uiting aan zijn ergernis over het afnemende aantal vrouwen dat nog in kimono verschijnt. Naast Kawase en Ito waren ook figuren als Ohara Koson actief die gebruikmaakten van het westers realisme om de rijke flora en fauna van Japan weer te geven. Zijn trefzekere uitbeelding van een aap die terwijl hij aan een tak hangt de weerspiegeling van de maan probeert te grijp en, is levensecht, maar verwijst tegelijkertijd naar een klassiek thema.

Hoewel de Shin Hanga een relatief korte bloeiperiode van ruwweg 1910 tot 1940 kende, vonden de afdrukken gretig aftrek in met name de Verenigde Staten. Collectioneurs als Robert O. Muller bewonderden de voor hen geheimzinnige en exotische taferelen die de Shin Hanga artiesten uitbeeldden. Uitgevers als Watanabe speelden hier handig op in en vroegen zijn artiesten om deze prenten met hun idealisering van het Japanse verleden zelfs aan de romantische gevoelens van de westerling tegemoet te laten komen. Ironisch genoeg zouden de Shin Hanga nooit grote aftrek vinden in het door de moderniseringsgolf overspoelde Japan. In 1942 werd een abrupt einde gemaakt aan de nieuwe print, omdat zij in de ban werd gedaan door het militaire bewind dat enkel nog het vervaardigen van oorlogspropaganda toestond. Gelukkig is een groot aantal van de prenten bewaard gebleven en vorig jaar zelfs in het Sieboldhuis tentoongesteld. Voor wie deze expositie gemist heeft, is een selectie van de beste werken opgenomen in het boek Printed to Perfection van de Nederlandse uitgeverij Hotei. Het doorkijken van dit werk is een waar genot voor de romantische ziel. Ik beveel eenieder daarom van harte aan het eens te door te kijken in onze eigen Oost-Azië bibliotheek in Leiden.

donderdag 20 augustus 2009

Uchi en Soto

Al ruim twee maanden hier en nog steeds niet gewend aan de drempel. Aangezien deze beduidend hoger is dan we in Nederland gewoon zijn, struikelen we steevast het huis in. Of eigenlijk: de kutsunugu ishi (letterlijk: de 'take-your-shoes-off-stone'. Waar in de rest van het huis tapijt, zeil en tatami de vloeren bedekken is het eerste deel van de hal geplaveid met tegels.

De ruimte meteen achter de voordeur meet 1 vierkante meter en is bedoeld als sluis tussen het vieze buiten (soto) en het veilige binnen (uchi). Men trekt daar de schoenen uit, draait ze om zodat de neuzen naar de voordeur wijzen en stelt ze netjes op een rij op. De sloffen staan al andersom klaar, gericht op binnen.


In Japan is men zich nog meer dan in Nederland bewust van binnen en buitenshuis. Het begrip voor huis [ie] staat niet alleen voor huis maar ook voor thuis. Ie vertegenwoordigt het gebouw, maar ook de er in wonende familie en de afstamming. Wie een hele dag in de volle trein aan de lus heeft gehangen, door het dampende Tokyo en de vochtig, klamme Soto heeft gewaad, is blij de schoenen uit te kunnen schoppen en zich te laven aan de eigen Uchi. De drempel is dus ook bewust hoger dan bij ons. Onderscheid moet er zijn.

Iedereen die thuis komt roept dat dan ook: 'Tadaima!' 'Ik ben thuis'. 'Ik ben verdikke gelukkig weer thuis'. Degenen die reeds thuis zijn op dat moment beamen de toch feestelijke gebeurtenis met 'Okaeri!' 'Welkom thuis, blij dâ ge d'r weer zeit'.

Uchi-soto betekent dan ook niet alleen het fysieke onderscheid binnen-buiten. Uchi-soto heeft vooral ook de betekenis Wij-Zij. In Japan wordt men opgevoed met de idee dat men zich zelf moet zien als deel uitmakend van een groep. En dat de groep waartoe je behoort relaties onderhoudt met andere groepen. Dat kan ver gaan: Japanners onderscheiden zichzelf graag ten opzichte van de anderen op de wereld. Maar het kan ook zo klein zijn als wij thuis ervaren. Tadaima-Okaeri. Overal en altijd ben je in Japan lid van de club: op school, de gitaarclub, het bedrijf, afdelingen binnen het bedrijf, de bewoners van het appartementencomplex, en zo voorts. Er zijn ontelbaar veel groepen en subgroepen waartoe je behoort. Japanners zijn zich altijd en overal bewust van het functioneren in groepen. Elk ogenblik word je gewogen en maak jezelf ook de afweging: Je hoort er bij of je hoort er niet bij.

Wij zijn Nederlanders, buitenlanders. Gaijin is het woord dat er voor staat. Letterlijk betekent dat "Outsiders". Hoewel we de taal afdoende machtig zijn, de juiste honorifics hanteren, en ons klein maken in de trein, wij zijn onvermijdelijk outsiders.
Onze moeder in Japan is echter een schat: Jullie horen er bij. Mijn zonen uit Nederland.

Katsuya!

Inmiddels is het duidelijk: na ruim zeven weken oprecht proberen alles te eten wat zich aandient, is onze favoriete snackbar toch echt de Katsu-ya, waar men Katsu-don serveert. We hebben een oceaan aan Misoshiro en Osuimono leeggedronken, zijn kwal en krill niet uit de weggegaan, Hottate of Jacobsschelp evenmin, hebben ons dapper door het zeewier heengeslagen, maar zijn toch vooral gecharmeerd geraakt van deze grote kom rijst met "Varkensschnitzel á la Japonaise".

Langs de weg is een keur aan eetgelegenheden te vinden. Naast de mondiaal tegenwoordige Mac Donalds (spreek uit: Maccu Donarrudu), vinden we Soba-restaurantjes, Udon-keetjes en ketens als de Bamiyan (de Chinees), Pizzeria's, Dennys, Yoshinoya en de Katsuya.

Daar ga je naar binnen. Eten doe je binnen, een frietje op de hand is not done. Op straat eten wordt door de Japanners terecht als onbetamelijk beschouwd. Zelfs een gekochte sandwich bij de Combini, Lawsons's of Familymart (Shops met een assortiment zoals je dat in Nederland bij het tankstation treft) eet je in de auto op.

Wij gaan echter graag bij de Katsuya naar binnen. HARTELIJK WELKOM! HARTELIJK WELKOM! HARTELIJK WELKOM! HARTELIJK WELKOM! De eerste serveerster die je in het ook krijgt schalt je door de zaak haar welkom tegemoet, waarna het overige bedienend personeel in zaak en keuken krachtig de welkomstgroet herhaalt. De al aanwezige klanten eten onverstoorbaar door.
GAAT U ZITTEN! GAAT U ZITTEN! GAAT U ZITTEN! GAAT U ZITTEN! De al aanwezige klanten eten immer onverstoorbaar door, al wapperen hun haren door de fermheid en het volume van het enthousiasme waarmee wij worden toegesproken. Onverwijld wordt ijskoud water - al dan niet met groene thee of koffiesmaak ingeschonken. Het water is van het huis. Altijd. Kom daar maar eens om in Nederland.
EET U SMAKELIJK! EET U SMAKELIJK! EET U SMAKELIJK! EET U SMAKELIJK! De menukaart is niet nodig: bij de Katsuya eet je Katsudon.

Katsudon (カツ丼) is ook bij de Japanners zelf zeer populair en bestaat uit een grote kom hete rijst, ruim overgoten en volgestapeld met gefrituurde gepaneerde varkensreepjes en ei. Katsudon is een samengesteld woord, bestaande uit tonkatsu (varkensfilet) en donburi (rijstkom).

In een oogwenk staat de dampende kom voor je neus, is het water al twee maal bijgevuld en is er allerhande vriendelijks naar je toegeroepen.
HOE GAAT HET MET U? HOE GAAT HET MET U? HOE GAAT HET MET U? HOE GAAT HET MET U? en WAT EEN WEER, HE? WAT EEN WEER, HE? WAT EEN WEER, HE? WAT EEN WEER, HE?
Het kan ook allemaal in een oogwenk, aangezien er maar één gerecht op het menu staat, er gegarandeerd veel gegeten wordt, de tafels kops tegen een U-vormige toog met de opening naar de keuken staan opgesteld waarin de serveerster onbelemmerd zich met water en don-kommen kan bewegen. De bijgerechtjes staan al op tafel: sojasaus en pickles als akai shoga, ingelegde rode gember of zure daikon of Japanse rettich. Het personeel werkt hard, is steevast enthousiast, schept er een eer in om een goede kom te serveren en draagt de Kasuya-muts met verve.

KOM NOG EENS TERUG! KOM NOG EENS TERUG! KOM NOG EENS TERUG! KOM NOG EENS TERUG!
NOU EN OF! NOU EN OF! roepen wij. Zeker en vast.

maandag 17 augustus 2009

Bierru en Snacks

Het hoofd van het gezin heeft een gezonde belangstelling voor bier. Dat komt uitstekend uit, want wij delen zijn passie.

Bij het bier, dat vanaf een uur of vijf uit de koelkast komt, wordt uiteraard de snack niet vergeten. Deels om dat het lekker is, deels ook om het drinken enigszins in te perken . Onze huisgenoot, heeft net als zoveel andere ons inmiddels bekende Japanse heren , niet echt veel nodig om ter plekke in slaap te vallen. Diverse soorten Senbei worden aangevoerd, maar favoriet is toch wel de Edamame 枝豆. Edamame (letterlijk vertaald 'bonen nog aan de tak') zijn jong geoogste peulen van de sojabonenplant.

Hoe werkt het?
Breng ruim water met zout (circa 1/2 eetlepel per liter) aan de kook.
Zet intussen ruim koud water klaar (liefst met ijsblokjes er in).
Doe de bevroren edamame in het kokende water en breng dat weer aan de kook.
Kook de edamame 2 - 5 minuten tot de peulen heldergroen en de boontjes die er in zitten gaar - maar nog wel knapperig - zijn (af en toe even proberen).
Doe de peulen - als ze goed zijn - meteen in het koude water om het kookproces te stoppen.
Wacht tot ze koud zijn - roer af en toe, dan gaat het sneller - en laat de edamame daarna in een vergiet uitlekken
Dep de peulen - indien nodig - nog beter droog en bestrooi ze dun met zout.

Hoewel edamame in z'n geheel gekookt wordt is het niet de bedoeling dat de peulen gegeten worden. Het gaat om de boontjes die er in zitten (net als bij bijvoorbeeld doperwten). Edamame wordt met de hand gegeten: Pak een peul, ris de boontjes er met de tanden uit en gooi de lege peul weg. Spoel met bier.
Zodra we terug zijn gaan we op zoek naar deze door de Kami's geschonken snack. We hopen vurig dat Edamame verkrijgbaar blijken bij de toko of reformwinkel. Bier zonder zal nooit meer hetzelfde zijn.

zondag 16 augustus 2009

Slaan in de birdcage

De Japanse horizon wordt op tal van plaatsen getekend door reusachtige birdcages. We konden aanvankelijk niet bedenken waar deze in Kami's naam toe dienen. Was het een aanvullende voorziening voor het elektriciteitsnet, dat in verband met de aardbevingen volledig bovengronds wordt vormgegeven? Ging het om een dierentuin met volière voor hele grote ons onbekende vliegers? Alleen al in en rond onze stad Higashimatsuyama troffen we een tiental van deze buitensporige vogelkooien aan. En op de meest onverwachte plaatsen. De heer des huizes deed ons desgevraagd uit de doeken: het betreft hier drivingranges -oefenterreinen- voor de edele golfsport.

Golf is zeer populair in Japan. Wie golft telt mee. Het ontbreekt echter aan ruimte om een heel parcours neer te leggen. Grond is duur, en áls grond vlak is, wordt deze liever benut om huizen op te zetten of rijst op te verbouwen. Een echte golfbaan zit er dus niet in, maar het golf-oefenterrein kan uitstekend worden vormgegeven. In Nederland heeft elke golfbaan een drivingrange waar spelers ballen kunnen slaan. Dit doen zij om twee redenen: of als oefening of als warming-up voordat zij gaan spelen.
Voor de afslagplaatsen ligt meestal een omheind grasveld met een diepte van ongeveer 250 meter. In Japan worden deze 250 benodigde meters meestal niet gehaald en vandaar dat het terrein volledig, ook van boven, slim met gaas omgeven is. Buren, auto's, huizen worden niet beschadigd en de ballen blijven bruikbaar.

Ook onze gastheer is een fervent golfer. Hij werkt de gehele week in Tokyo en verblijft daar in een eigen appartement. De afstand Tokyo-Higashimatsuyama is dermate dat op en neer rijden in de file niet mogelijk is. Hij is dus de man die op zondag het vlees snijdt. Hij is ook de man die zijn enige vrije middag besteedt aan golf. Met krachtige swings verwerkt hij de stress van het werk en ontkomt aldus ook enigszins sluw aan de problemen in het huishouden die zijn vrouw met graagte te berde brengt. Hij slaat al dertig jaar ononderbroken op zondagmiddag zijn oefenballen tegen het gaas. Overigens oefent hij ook het putten. In zijn appartement in Tokyo is een hoekje ingeruimd voor een mini-green, met hole en vlaggetje.

Ons viel de eer te beurt om een middag mee te mogen naar de golfclub. Daar werd duidelijk dat we ons niet konden meten met dertig jaar ervaring.



Het Japanse gerief

Het moest er een keer van komen. In een reeks van verslagen omtrent belangrijke gebeurtenissen die ons in Japan ten deel vallen mag de belangrijkste dagelijkse gebeurtenis niet ontbreken: het bezoek aan het gerief.

Er zijn twee typen toiletten beschikbaar in Japan. Het oudste type is het traditionele hurktoilet, vergelijkbaar met het toilet op de Franse camping. In publieke ruimtes tref je deze porseleinen geul in de grond nog steeds veel aan, want uiterst hygienisch voor de smetvrezende Japanse samenleving. Sedert de Tweede Wereldoorlog werden de Westerse toiletpotten en pissoirs echter steeds meer populair en in meer dan de helft van de Japanse huishoudens is inmiddels dan ook de meest geavanceerde pot ter wereld te vinden. State of the art is hier het bidet-toilet, Washlet ,ウォシュレット of Woshuretto geheten, naar het gelijknamige product van de grootste producent Toto Ltd.

Dit wonder van gerief herbergt een groot aantal geavanceerde features die men buiten Azië niet aantreft. Afhankelijk van het exacte model wordt bijvoorbeeld het deksel automatisch opengeslagen wanneer de potentiële gebruiker zich in de nabijheid vertoont, worden naar believen de anus of andere edele delen van de geëerde klant gewassen met een krachtige lauwe waterstraal en vervolgens met warme lucht gedroogd. Er wordt automatisch doorgespoeld en uiteraard wordt de pot ook weer automatisch gesloten. Hadden we al verteld dat de bril automatisch verwarmd wordt?

Japanse toiletten hebben geen spiegel waarop na afloop het product van inspanning bewonderd of tenminste geïnspecteerd kan worden. Echt afscheid nemen is er dan ook niet bij. Nu eten ze ook naar wij weten geen rode kool of bietjes, dus de kleur van het product is niet iets om te bezien. Vorm en grootte is echter evenzeer niet vast te stellen: een en ander plonst onmiddellijk het water in. Op deze manier worden beschamende maar ook in Japan onvermijdelijke geuren zoveel mogelijk vermeden.
Japanse huizen zijn niet alleen klein, maar ook gehorig. Het is niet zo dat de muren van het toilet van rijstpapier zijn, maar veel dikker zijn ze evenwel niet. Wanneer je dus enige druk moet uitoefenen in deze zemelarme samenleving - tarwe wordt niet of nauwelijks in het eten verwerkt - is het wel comfortabel om met een knop op het toilet het doorspoelen te simuleren. Wie goed timed kan aldus de vocale en anderszins geluiden laten samenvallen met het simulatie-flushen. Japan leeft op witte rijst en wit brood. Nederlanders eten graag tarwe en nog liever volkoren want goed voor de stoelgang. Hoe ze daar zo gezond oud kunnen worden en niet verstoppen is ons een raadsel.

In onze specifieke situatie delen we het "heiligdom" met de vier autochtone bewoners van het appartement. Ofschoon we ons liefdevol in het gezin weten opgenomen, blijft het toiletbezoek toch een moeizaam iets. Zowel voor ons, het gaat immers niet van harte, als voor de familie, die liever niet het gezicht verliest vanwege de eigen producties. Het is dan ook met name 's nachts een drukte van belang in de gang. Eenieder ligt te luisteren naar de geluiden van het toilet en sneakt in het pikkedonker om beurten de futon af om in volledige anonimiteit zijn en haar gang te gaan, onwetend van het feit dat we allemaal meeluisteren.

Japan recycled alles tot in den treure. Geen land ter wereld hergebruikt zo veel en weet haar afval van meet af aan al zo bewust door de consument zelf te laten scheiden. Er is bijvoorbeeld een aparte container voor plastic drinkflesjes en deze bak heeft op haar beurt ook weer twee gescheiden gaten, een grote voor de fles en een kleintje voor de dop, die immers uit een andere kunststof vervaardigd wordt. Zo heeft het toilet ook meestentijds boven op het waterreservoir een waskom. Het water dat weer moet worden aangevuld na het doorspoelen wordt eerst via een gebogen pijpje in dit wasbakje geleid, waarna het uiteindelijk in het reservoir terecht komt. Chapeau!

Dat dezelfde Japanner zijn auto kwartieren lang stationair laat draaien om de airco op peil te houden ontgaat hem, en eerlijk gezegd vonden wij dat ook wel zo prettig in dit snoeihete seizoen. Noch in huis, noch in de auto komt de airco-meter onder de 27 graden. Waar we in Nederland juichen als Erwin Kroll een dergelijke buitentemperatuur aankondigt, gaat het hier dus om de temperatuur binnnen. Kouder wordt het niet, ook niet 's nachts. Laat dan tenminste het toilet gerieflijk zijn.

Schokkende televisie

Ons gastgezin neemt een basisabonnement bij de kabelboer af en heeft daarmee de beschikking over 16 kanalen. Deze kanalen zijn zonder uitzondering Japans en bieden alle een vergelijkbaar aanbod bestaande uit nieuws in het kort en nieuws in het lang, onderbroken door reclameblokken. En natuurlijk door zoete en/of verdrietige J-dorama's -de Japanse drama- of soapseries- en door spelshows. De familie zapt met graagte en vaak langs de 16 kanalen, blijft nergens lang hangen, maar er is een lichte voorkeur waarneembaar voor TV Asahi. Net als in Nederland wordt veel en graag gekeken, of staat de televisie minstens aan op de achtergrond. Televisie is volkomen geïntegreerd in het dagelijks leven en met name de huisvrouw komt de gehele ochtend aan haar trekken met nieuwsitems en reclames op vooral haar maat.

De afgelopen twee weken werd het nieuws op alle kanalen vooral beheerst door reeksen aardbevingen, tyfoons, overstromingen en aardverschuivingen. Telkenmale is te zien dat het water tot aan de oren moet zijn gestegen, getuige de baggerstrepen op de muren van gebouwen. Helikopterbeelden laten onafgebroken zien hoe aardbevingen griezelige happen uit snelwegen namen, reporters te velde waden onophoudelijk door modderstromen, de eerste weken in het zuiden en recentelijk ook rond Osaka, in de Kansai-regio. Enthousiast worden we door de verslaggevers meegenomen door woonhuizen, restaurants en kantoren die alle onder bruine slib bedekt zijn. We zien rampen á la Watersnoodramp 1953 de hele dag door. Verdrietig, sneu, zielig en schokkend.


Schokkende televisie. Schokkend om te beseffen dat Japan moet zien te dealen met aardbevingen onder zich, bevingen naast zich op zee die Tsunami's veroorzaken, een golfstroom die tyfoons aanvoert en een klimaat dat heftige regens met zich meebrengt. Japan en Nederland liggen beide ongeveer op dezelfde breedtegraad op het Noordelijk halfrond, maar het is duidelijk dat Japan de loterij heeft gewonnen als het gaat om de mindere natuurverschijnselen. Vette pech. Waar Nederland zich kan wapenen met dijken, kan Japan minder uit de voeten met het voorkomen van schade en ellende. Wel is er geen land ter wereld waar zoveel knowhow is ontstaan over bouwkunde die volkomen schokproof is, en is er geen land ter wereld waar 16 kanalen onmiddellijk en tegelijkertijd na elke vorm van natuurgeweld uitgebreid informeren over waar het was, hoe erg het was en hoe het opgelost wordt.

We hebben zelf empirisch vastgesteld dat de drie aardbevingen die we deze week meetrilden in Higashimatsuyama (2) en Hakone (1) ook door de zestien kanalen onmiddellijk in beeld werden gebracht, De schaal van Richter, het middelpunt van de beving, de ontstane schade, alles wordt uitgebreid in beeld gebracht en besproken door deskundige panels.

Schokkende televisie. Wat Japan pas echt schokt is het nieuws rond Noriko Sakai. Al weken lang zien we haar op elk kanaal voorbij komen. Noriko Sakai is een van de belangrijkste aidoru - Idols - waar Japan er veel van heeft. De pop-industrie in Japan is groot en machtig en kinderen met talenten en ambities worden sedert jaren omgetoverd tot werkelijk grote sterren. De machine die hier achter zit doet het Nederlandse Idols-concept verbleken. Nergens ter wereld worden met zoveel geld, energie, slimme marketing en sponsoring door grote bedrijven kinderen omhoog gestuwd tot idolen die binnen Japan vereerd worden, en meestal ook gelijk in China (Taiwan en Hong Kong) en Korea.

Noriko Sakai debuteerde op haar 15e in 1987 met een schril stemmetje, een schattig - kawai - uiterlijk en een even schattige bijnaam, Nori-P. Single na single werd uitgebracht en omarmd door een miljoenenpubliek en door Toyota, als hoofdsponsor. Haar grootste hit is het nummer Aoi Usagi. Blauw konijn. Alle nummers hebben een hoog songfestivalgehalte en zouden mits in de juiste taal gebracht en met de juiste politieke Europese partners in de jury, een ieder hier in Europa met gemak wegspelen. Nori-P zong niet alleen als een nachtegaal, het aidoru-concept is veel breder dan dat: Noriko werd ook opgeleid tot actrice (bijvoorbeeld JU-ON 2) en sierde de covers van alle bladen, jarenlang. Nori-P's reputatie was smetteloos, witter dan wit. Nori-P was de grootste van allemaal.



Tot enkele weken geleden althans, want haar man werd opgepakt wegens vermeend drugsbezit en tijdens een inval door de politie werd met name in de persoonlijke spulletjes van Noriko ook een drugje gevonden . Maar liefst een duizendste gram wit poeder. In Nederland halen we daar de schouders over op, maar in Japan is de natie geschokt. De zestien kanalen buitelen over elkaar heen en toveren elk de eigen panels van deskundigen onmiddellijk uit de hoge hoed. Wat wordt ze zwart gemaakt met haar witte poeder. Wat wordt ze verguisd. Wat is het hypocriet. Immers met een titelsong als notabene "Blauw Konijn" had men toch eerder kunnen bedenken dat er met regelmaat gesnoven werd?

Schokkende televisie. Japan is geschokt en pakt het groots aan. Noriko wordt opgeofferd. Onmiddellijk en totaal. Waar de jeugd eerst vooral moest leven naar het voorbeeld van Nori-P, moet de jeugd nu leren aan de hand van dezelfde Noriko dat drugsgebruik uiterst verwerpelijk is. De panels op de zestien kanalen zetten een en ander ferm aan.
Elk van deze uitzendingen is op de dezelfde manier geconstrueerd: nieuwsbeelden worden geintroduceerd door een man in pak die bijgestaan wordt door een vrouw die niets zegt maar na elke zin van hem bemoedigend en bevestigend knikt richting kijker. Na de introductie komt het panel aan de beurt dat steevast uit zes personen bestaat. Deskundigen op allerlei terreinen, ongetwiijfeld, maar vooral ook vertegenwoordigers uit alle leeftijdscategorieën binnen de Japanse samenleving. Er zit altijd een oudere heer, een oudere dame, jongeren zijn met zorg geselecteerd en de werkende klasse doet ook altijd mee. De hele bevolking verwerpt drugs. Dat moet daar toch echt duidelijk worden. In werkelijkheid wordt er in Japan net zoveel gebruikt als in Nederland. De 16 kanalen doen echter hun uiterste best om het tegendeel te tonen. Doen dat nu al twee weken lang, onophoudelijk. Noriko Sakai wordt daartoe opgeofferd. Wordt na ruim twintig jaar trouwe dienst nu voor een heel ander doel gebruikt. Schokkender dan aardbevingen. Schokkende televisie.

Dan maar liever de spelshows. Daar gaat Japan ook heel ver in.

donderdag 13 augustus 2009

Wij leven zeven jaar langer!

Aan de voet van de Fujisan bezochten we Ōwakudani (大涌谷). Deze Great Boiling Valley is een vulkanische vallei met actieve zwavelopeningen tussen de rotsen en warme natuurlijke bronnen waarvan het water wordt gebruikt voor de Onsen-baden en voor de eieren.

Ōwakudani ligt in Hakone, Kanagawa Prefecture en blijkt een druk bezocht toeristische attractie vanwege de inderdaad spectaculaire uitzchten op de Fujisan, de actieve vulkanische activiteit en - potverdikke - de Kuro Tamago黒玉子, in de zwavelbronnen hardgekookte eieren.

De gekookte eieren kleuren diepzwart in het kokende bronwater en geuren adembenemend naar zwavel. Alsof de lucht van een ei sowieso al niet genoeg is. Naar men zegt staat het eten van deze eieren garant voor het verlengen van je levensduur. Een ei voegt zeven jaar aan je leven toe. Je mag er twee en een half pellen voor zelfs zeventien en een half jaar, maar het eten van het hele derde ei wordt ten zeerste afgeraden. brrr. Niettemin staat men er voor in de rij, en worden hele kratten per kabelbaan van de berghelling af getransporteerd opdat ook de rest van Japan er zeven jaar bij krijgt en de slimme uitbater er een aardige cent aan overhoudt.





Bad en Onsen

We badderen wat af hier. Twee maal per dag doen wij dat, bij het opstaan (ónze gewoonte) en bij het naar bed gaan weer (Japanse gewoonte, wij passen ons graag aan). Als het aan ons lag badderden we nog vaker, het is hier immers stervensheet. We gaan in bad in ons appartement, maar onlangs viel ons ook de eer ten deel om ons te reinigen in de Onsen, het heilzame natuurbad in een Ryokan in Hakone.

De badkamer in ons appartement bezoeken we dus zeer regelmatig. Eerst wordt er geschrobd en geboend en daarna wordt het schone lijf gedouched. Tijdens dat douchen is er telkens weer tijd om om je heen te kijken en te beseffen hoe mooi dat badkamertje in elkaar zit. De badkamer is een grote kunststof doos met een gat er in voor de deur - en uiteraard her en der ook gaten voor de aan- en afvoer van water en lucht. De badkamer is dus uit één stuk gemaakt. Wij schatten in dat tijdens het bouwen van het huis, onmiddellijk na het storten van de fundering, de badkamerdoos werd neergezet, waarna het huis er om heen werd gebouwd.

De badkamer wordt betreden via een voorportaal waar de kaptafel voor de dames zich bevindt en onze scheerspullen liggen. De wasmachine staat ook hier en we plukken elke dag schone handdoeken uit de wasmand. Via een zuigende klapdeur betreden we de eigenlijke badkamer, de doos. Overigens, over doos gesproken, zoals je in Nederland ook vaak een toilet in de badkamer aantreft, zul je dat hier tevergeefs doen. Japanners beschouwen badderen en toiletgebruik als twee niet aan elkaar te linken zaken. Dat hoort gescheiden.

De vloermaat is vierkant. Een derde wordt ingenomen door een bad, de rest is de ruimte waar je jezelf wast alvorens je het bad instapt. Je wast jezelf zittend op een krukje, maakt gebruik van het water dat uit een pijpje komt onder bij de vloer, draait de stand van de kraan daarna op douche en spoelt jezelf af. Dat kan dan zittend of staande al naar believen. Je spettert en spattert maar, maakt allemaal niet uit. Plonzen maar. Alles is van kunststof, gegoten uit een stuk. Het bad, de tegeltjes, plafond, muren, krukje, alles. Het water loopt onmiddellijk weg, sijpelt niet onder deuren door zoals thuis en in een mum van tijd is de boel weer droog. Tot "de boel" rekenen we overigens onszelf niet, want zoals we al meldden is het huis om de badkamer heen gebouwd, er kan nergens een raam open, dus het is en blijft er lang dampig. Afdrogen is meer een ritueel dan een effectsorterende handeling.

Waar je in Nederland bij de Baderie een badkuip, douche, wasbakken en kranen apart uitzoekt, tegels voor vloer en wanden selecteert en matcht bij de kleur van de wastafel is dat hier niet nodig. De badkamer is prefab, kunststof en efficient. Wij zijn enthousiast van de functionaliteit van de Japanse badkamer, gebaseerd op de Japanse traditie van gescheiden reinigen en baden.

Het kan nog fijner. We kregen de gelegenheid om tijdens een reisje naar de Fuji-san in Hakone te overnachten in een Ryokan, een traditionele Japanse herberg. In het bergachtige en vulkanische Hakone borrelt het warme geiserwater op tal van plaatsen zo op uit de grond, Japanners kennen aan dit water heilzame werkingen toe en baden er graag in. Deze natuurlijke baden worden onsen (温泉) genoemd. Japan is een vulkanisch actief land en er zijn daardoor duizenden onsen verspreid over het hele land.

Oorspronkelijk was een onsen een openbaar bad en tegenwoordig hebben ze vooral een aantrekkingskracht op Japanse toeristen. Een onsen ligt vaak buiten de stad en biedt de mogelijkheid het hectische stadsleven te ontvluchten en gezamenlijk te ontspannen. De Ryokan- herberg- is om en over de onsen heengebouwd. Wij hadden aldus de beschikking over een indoor zwembad.

Wij kwamen er laat in de middag aan, namen deel aan de Washoku, de Japanse traditionele maaltijd van ruim twintig verschilende gerechtjes gebaseerd op alles wat in de zee leeft en spoedden ons daarna naar onze kamer. Daar kregen we les van Takuo in het aandoen van de Yukata, de Japanse zomerkimono. Na drie maal aan en uit, besloten we dat het goed genoeg was en was het tijd voor showtime. Even onszelf aan de dames in het gezelschap vertonen, die verrukt in de handen klapten en giechelden in de terechte veronderstelling dat er niets onder de Yukata zat. Qua kledingstukken. We gingen immers in bad!

Voor het bad is een kleedruimte. Na al die moeite van het kleden in de Yukata, kon deze nu reeds weer uit en opgeborgen in een eigen rieten mand. Het was zaak ons volledig te ontkleden en badkleding is niet toegestaan. Het enige dat we mee mochten nemen is een klein handdoekje. Dames en heren baden in deze onsen gescheiden, wel in dezelfde ruimte en met het zelfde water, maar gescheiden door een (te) hoog tussenschot. Praten kan dus wel, maar kijken niet.

Eenmaal in de badruimte dienden we ons eerst te reinigen met heet water en zeep en shampoo in flacons. Pas daarna - nadat ook de laatste restjes zeep waren weggespoeld - konden we ons behoedzaam, centimeter voor centimeter, in het onbeschrijflijk knoeperhete melkwitte water laten zakken. Het meegenomen handdoekje dient om het gezicht af en toe af te vegen, maar het mag niet in het water komen. Vaak ziet men baders met het opgevouwen doekje op het hoofd maar men kan het ook naast het bad neerleggen. Het water is duidelijk zwavelhoudend, ondoorzichtig en riekt dus op zijn minst ongewoon. Maar na 10 minuten loom hangen in het bad besloten we dat alles volledig in orde was, het water, onze reis, Japan, de wereld, de Melkweg.

vrijdag 7 augustus 2009

Groet aan de doden en rivier van plezier

Nadat we woensdag 5 augustus een rustdag hadden genomen om bij te komen van de bierboot, zouden Tom en ik de volgende dag ieder ons weegs gaan. Tom was namelijk uitgenodigd om met Hiromi de geneugten van Tokyo Disney Sea aan den lijve te gaan ondervinden. Ik voelde er meer voor om op de traditioneel Japanse tour te gaan, en een gelegenheid daartoe diende zich aan toen Tomoko en de Fujita's (buren van de Ikeda's) voorstelden om hun familietempel te gaan bezoeken.

Deze tempel bevond zich in het district Chichibu, op een klein uur rijden van ons verblijf in Higashimatsuyama. Alvorens we bij de plaats van bestemming zouden aankomen, moesten er onderweg de nodige stops gemaakt worden. Hoewel we een afstand moesten overbruggen die te vergelijken is met de route Utrecht-Nijmegen, zou men hier de Nederlandse gewoonte om dit stuk in één keer te rijden maar niks vinden. Aldus moest er na twintig minuten al halt worden gehouden voor een ambachtelijk groentebedrijf. Deze bedrijfjes treft men met enige regelmaat aan op het platteland en ze zijn steevast voorzien van een winkeltje om de meest smakelijke gewassen aan de passerende automobilisten te kunnen verkopen. Watermeloenen van een kwaliteit die in Nederland minstens het tienvoudige zou kosten en vreemdsoortige Japanse groenten wekten door hun smetteloze uiterlijk de indruk dat ze minstens twee keer per week liefkozend waren toegesproken en tijdens hun groeiproces telkens zorgvuldig werden schoongeveegd. Toshio Fujita trakteerde ons bij deze winkel op handgebakken Senbei (Japanse rijstkoeken) en met een volle maag togen we naar de volgende stop.

Als Japanners hun familiegraf bezoeken is het net als in Europa de gewoonte om een plant of bloemen voor de doden mee te nemen, en niet lang na het halthouden bij de groentewinkel parkeerde Toshio de auto bij een hovenier. Door het chronisch ruimtegebrek in Japan, veroorzaakt door een teveel aan mensen en tekort aan bewoonbare grond, beslaan deze bedrijfjes vaak niet meer dan één plantenkas en een schuurtje voor het gereedschap. Vermoedelijk slaagt men er door deze kleinschaligheid in om ieder plantje vol aandacht te verzorgen en ook hier waren de gewassen van verbazingwekkend hoge kwaliteit. De Fujita's besloten dat een paar hyacinten hun familiegraf zou gaan opfleuren en na aanschaf reden we, althans dat dacht ik, naar de betreffende Hagi (bosklaver) tempel. Niets was echter minder waar, want het liep inmiddels tegen tweeën en mijn Japanse reisgenoten begonnen stilaan honger te krijgen. Zodoende werd het eerste wegrestaurant wat we zagen geschikt bevonden voor de lunch en werd er voor de derde keer in anderhalf uur halt gehouden. Een wonderlijke combinatie van Japans eten en een hamburger gedrenkt in een saus van maiskorrels viel ons ten deel, maar het smaakte niet onaardig.

Na deze maaltijd zag het er dan toch eindelijk naar uit dat we de plaats van bestemming zouden bereiken en de Hagi tempel kwam in zicht. Zoals vele tempels in Japan zag dit heiligdom eruit alsof het al eeuwen onaangeroerd was gebleven, maar de elektriciteitsdraden en prominente airco op het dak van het huisje waarin de priester woonde verrieden dat we ook hier in het Japan van de 21e eeuw waren. Allereerst werd een beeld van Kobo Daishi (de stichter van de Boeddhistische stroming waartoe de tempel behoort)dat door Toshio's moeder aan de tempel was geschonken verzorgd met bloemen en yen munten om aan de voorouders te laten weten dat we aan hen dachten. Het gezicht van dit beeld vertoonde gelijkenis met dat van Toshio's vader om het karma van Kobo Daishi over te dragen op de Fujita familie. Vervolgens moest het eigenlijke graf van vader en daarna ook dat van Toshio's oom met water overgoten worden om het te reinigen. Na deze symbolische daad schreven de gebruiken voor dat de doden nogmaals gegroet werden doormiddel van het offeren van wierookstaafjes. De Japanners geloven namelijk dat de rook die bij het branden van de wierookstaafjes de goede intenties van de bezoeker doet opstijgen naar het hiernamaals, een gebruik dat zijn equivalent kent in het wierookvat van de Katholieken.

Toen er uit en te na eer was bewezen aan de overleden verwanten van de Fujita's, was het tijd om weer terug te keren naar het rijk der levenden. In het plaatsje Nagatoro werd toeristen de gelegenheid geboden om met een houten praam (uiteraard bestuurd door een bekwame schipper) de Arakawa rivier een stukje af te zakken. De opstapplaats voor het bootje bevond zich op een paar kilometer afstand van de parkeerplaats waar we de auto hadden neergezet, maar vanzelfsprekend had men een shuttle met airco ingezet om dit stuk vooral niet te hoeven lopen. Eenmaal in het bootje gezeten ontpopten de schippers zich tot gidsen, en onderweg werden allerhande rotsen aangewezen waarin de Japanners al eeuwenlang de vorm van dieren hadden gezien. Hoewel bij sommige exemplaren de genoemde vorm slechts met veel fantasie kon worden waargenomen, was er inderdaad een rots bij de omtrekken van een kikker bezat. Na deze boottocht, waarbij we ettelijke malen bijna ondergespat werden of op het nippertje een rots ontweken, werden we door het busje weer teruggebracht naar de auto. Mijn reisgenoten besloten vervolgens dat we op de terugweg een beker met ambachtelijk schaafijs zouden gaan eten. Dat dit tentje wijd en zijd bekend is bij de lokale toeristen bleek maar al te zeer door lange rij die zich gevormd had. Het ijs was echter van de beloofde kwaliteit en vormde een mooie afsluiter van een dagje op het Japanse platteland.