woensdag 1 juni 2011

Schijn boven Waarheid, Vorm boven Functie

Waarde bezoekers. In voorgaande blogs heb ik geprobeerd een indruk te geven van het opstarten van mijn studentenleven aan Waseda. Echter, inmiddels zit ik reeds in de vierde week van mijn colleges en begint de gang naar de Waseda campus al bijna net zo ingesleten te raken als de weg naar het Leidse Arsenaal. Het was even aftasten of de klassen die volg bij mijn Japans niveau passen, maar langzaam maar zeker begint verloren gewaande taalkennis uit de bachelor weer terug te keren. Naast basisvaardigheden als lezen, schrijven en spreken, volg ik ook een aantal literatuurlessen. We lezen korte stukjes oude en moderne literatuur zodat ik alvast aan het leeswerk voor mijn literatuurscriptie kan wennen. Echter, hoe routineus ook de lessen mogen verlopen, het dagelijks leven doet dat allerminst. Iedere dag geniet ik weer van vondsten die het leven hier zo aangenaam maken. Maar, tegenover de aangename kanten van deze maatschappij staat ook een aantal minder fijne zaken. Derhalve lijkt het me, als tegenwicht tegen de blogs waarin ik de loftrompet steek over Japan, een goed idee om een beschouwing te geven over de vrijheid die men opgeeft om de maatschappij te laten functioneren. Ik zal dit doen aan de hand van een aantal voorbeelden van de Japanse televisie en van zaken die ik buiten op straat en op de universiteit waarneem.

De Japanse televisie is, zoals sommigen van jullie weten, een verhaal apart. Het wemelt op het westerse internet van bizarre filmpjes die hier zijn uitgezonden. Van human tetris tot travestieten, je kunt het zo gek niet bedenken of het is hier al eens voorbij gekomen. Hoewel niet uitsluitend dit soort bizarre spelshows wordt vertoond, bestaat het leeuwendeel van de programmering inderdaad uit een wonderlijke mix tussen spelelement en reclame. Zo mocht ik gisteren genieten van een spelshow met Boeddhistische monniken, die in vol ornaat in de studio zaten en deelnemers aan de quiz uitermate moeilijke vragen stelden over hun geloofssysteem. Uiteraard hadden de meeste kandidaten de vraag fout, waarop een lachsalvo werd ingezet dat wel van een band afkomstig moest zijn. Het doel van de show was me niet geheel duidelijk, maar in de lijn van de Grote Geschiedenis Quiz in Nederland zou het kunnen zijn dat men de 'oorspronkelijke' Japanse cultuur weer op de kaart wil zetten. Door aan te tonen dat kandidaten veel vragen fout hebben (hoewel deze ver boven het niveau van algemene ontwikkeling uitstijgen) geven de tv-makers aan dat kennis van het oorspronkelijke Japan ernstig is verwaterd en dat men hier wat aan moet doen voor het te laat is. In werkelijkheid valt het wel mee met de verwatering van de Japanse geloven als Shinto en Boeddhisme, aangezien de meeste feestdagen nog steeds volgens de traditie worden gevierd, zij het vaak in modernere vorm. De flexibiliteit in de manier waarop Japanners hun geloof uiten is juist de charme ervan, een auto wordt net zo makkelijk ingezegend bij de Shinto tempel als rijdieren die de reiziger moesten vervoeren in vroegere tijden. Het kan dus wellicht als stemmingmakerij worden gezien dat programma's als het voornoemde oproepen tot bescherming van 'de' Japanse cultuur. Deze heeft zich door de eeuwen heen juist gekenmerkt door overname van bruikbare elementen uit het buitenland, die naderhand geperfectioneerd werden. Naar de reden van dergelijke propaganda voor het herstellen van Japanse waarden hoeft men niet lang te gissen. Het is in de huidige geglobaliseerde wereld moeilijker geworden om je als cultuur te onderscheiden, omdat de mensheid er door alle communicatiemiddelen van tegenwoordig achterkomt dat totaal verschillende volkeren toch meer op elkaar lijken dan gedacht. Met name Japan, dat zich periodiek afzonderde van eerst het Aziatische vasteland en later het westen, gaat er prat op dat het alles net even anders doet dan de rest van de wereld. Ik vermoed dat de Japanners vrezen dat deze eigenschap van 'andersheid' verloren gaat als deze niet wordt gecultiveerd. Erger nog, het groepsgevoel dat de Japanse natie voordrijft zou wel eens verloren kunnen gaan door het overnemen van buitenlandse invloeden! Derhalve is het niet vreemd te noemen dat om het 'Ware ware Nihonjin' (wij Japanners) te beschermen een nationalistische ondertoon regelmatig is terug te vinden in de tv-programma's.

Een ander aspect van de Japanse maatschappij waarbij de schone schijn prevaleert boven harde feiten, is de manier waarop men omgaat met afvalscheiding en het milieu. Het is een feit dat Japan de grootste dichtheid verkoopautomaten ter wereld kent. Op iedere straathoek staat wel een automaat die verschillende soorten mineraalwater, frisdranken en koffie serveert. De uitgifte verloopt in luttele seconden, het yen muntstuk is nog niet ingeworpen of het gekozen product ligt al in de uitgiftebak. En ware het nog niet genoeg dat iedere werknemer met haast om de tien meter een drankje kan kopen, er zijn ook automaten die stropdassen, onderbroeken en zelfs bananen verkopen. Al dit comfort heeft echter ook een keerzijde: het slurpt stroom en de hoeveelheid lege flesjes en blikjes die na het nuttigen van het product overblijft is ontzagwekkend. Hoewel de milieubeweging in Japan niet op dezelfde manier van zich laat horen (of gehoord wordt) als bewegingen in Nederland, realiseert men zich de laatste jaren wel dat er wat aan het stroomverbruik gedaan kan worden. s' Nachts gaat de verlichting van de automaten uit, hetgeen op een aantal van tienduizenden automaten in alleen al Tokyo aanmerkelijk kan schelen. Wat men dan weer uit het oog verliest, is dat teneinde de automaten toch vindbaar te maken tijdens de nachtelijke uurtjes, patronen bestaande uit gekleurde lampjes over de automaten heenlopen. Alhoewel deze minder stroom verbruiken dan de volledige verlichting, wordt de besparing volgens mij voor een substantieel deel tenietgedaan. Klantvriendelijkheid, oftewel het vergemakkelijken van het leven van de salaryman die tot één uur overwerkt om zijn bedrijf, en indirect de Japanse economie draaiende te houden, weegt zwaarder dan het milieu. Ook het afval van de automaten vormt geen reden om ze af te schaffen. Hoewel Japan om de een of andere reden een chronisch gebrek kent aan prullenbakken, zijn deze bij de automaten in overvloed te vinden.



De pet-flessen en blikjes hebben ieder zelfs een apart gat, zodat de Japanse burger met een gerust hart kan denken dat hij een steentje bijdraagt aan de afvalscheiding. Let wel, in werkelijkheid worden de flesjes en blikjes niet gescheiden, maar vallen ze gewoon in dezelfde bak. Toen ik namelijk op een groot pompstation achter de façade van gaatjes voor verschillende maten flessen, blikjes en zelfs dopjes keek, bleken ze allen bij elkaar terecht te komen. Na deze ontluisterende ontdekking dacht ik waarom men in hemelsnaam pretendeert te scheiden, als er niet echt gescheiden wordt. Echter, ook hier weer prevaleert het in standhouden van het idee dat Japanners met zijn allen afval scheiden boven de realiteit.

Een derde opmerkelijke kant van het Japan dat ik op het moment meemaak, is de houding ten opzichte van opleiding en werk. Waar het in het westen en met name in Nederland tegenwoordig vooral gaat om plezier in je werk, heerst in Japan een aanzienlijk minder persoonlijke kijk op het arbeidzame werken. De werknemer is er vooral om gigantische bedrijven als Mitsubishi, Sumitomo en Matsushita draaiende te houden en het persoonlijke succesgevoel komt op het tweede plan of is zelfs helemaal niet van belang. Dit vertaalt zich naar mijn mening al in de studiehouding van veel studenten aan de Waseda universiteit. In tegenstelling tot wat veel stereotype verhalen de westerling doen geloven, zitten Japanse studenten al lang niet meer dag en nacht achter de boeken om de ene tien na de andere tien binnen te slepen. Nee, de noodzakelijke kennis is er ingeramd op de de middelbare school en tijdens de ontzagwekkend moeilijke toelatingsexamens voor Waseda. Hoewel de Japanners door deze aanpak aanzienlijk meer gedichten en geschiedenis uit het hoofd kennen dan de gemiddelde Nederlander, gaat deze kennis voor een deel verloren tijdens de universiteitsjaren. Het Japanse systeem is namelijk in tegenstelling tot ons Nederlandse meritocratische onderwijsmodel geschoeid op afkomst en vriendjespolitiek. Uiteraard is het in Nederland in werkelijkheid ook belangrijker dat je de juiste mensen leert kennen die je een baan kunnen bezorgen, maar het is in tegenstelling tot Japan makkelijker om toch op basis van prestaties een baan te krijgen.
Hoewel er in Nederland een zesjescultuur heerst, is er om tentamens te halen en af te studeren toch heel wat meer inspanning nodig dan in Japan. Op Waseda zien de meeste studenten hun studie vooral als een opleiding, waarbij men her en der wat vakken volgt die wel interessant staan op het diploma. Zo is een kennis van me geregistreerd bij de Economie faculteit,maar volgt hij ook een bijvak Duits, puur uit interesse. Of hij daadwerkelijk Duits leert, doet er niet zoveel toe, zijn tijd is gevuld en de credits die benodigd zijn om het jaar te halen worden zonder veel moeilijkheden toegekend. Het huiswerk voor colleges bestaat vooral uit het leren van rijtjes of maken van niet al te moeilijke oefeningen. En als een moeilijke tekst wordt gelezen, is het nadrukkelijk niet de bedoeling om deze eens flink af te breken voor de ogen van de leraar. Nee, het is belangrijker dat de grote lijn wordt gesnapt en dat men het vooral eens is over de eenduidige koers die moet worden gevaren als een bepaald economisch probleem zich voordoet.

De Japanse universiteit kenmerkt zich over het algemeen niet door het cultiveren van een hoge graad van kritisch denkvermogen of het schrijven van grensverleggende papers. Er zijn uitzonderingen als Tokyo University, een universiteit die zich met westerse research universiteiten kan meten, maar de meeste universiteiten functioneren als kleine stadjes op zich, waar de Japanse jeugd een aantal jaren de kans heeft om zichzelf te ontdekken en plezier te maken. Nadat men slaagt voor de universiteit, begint voor velen namelijk het lange, eentonige leven van salaryman die tientallen jaren lang hetzelfde bedrijf dient. Hoewel de laatste jaren meer jongeren een dergelijk toekomstperspectief weigeren en het lifetime employment op de tocht staat, is een dergelijke mechanistische visie op het arbeidzame leven nog altijd populair. Het wordt vaak als egoïstisch gezien dat een werknemer vooral een leuke baan heeft, dat dient immers niet het belang van het bedrijf en, op grotere schaal, de Japanse natie. De kersvers afgestudeerde kan ook wel gezien worden als een nieuw radertje in het systeem dat Japan draaiende houdt. Daarom is het niet verwonderlijk dat de meeste studenten het ervan nemen als ze nog niet in de tredmolen van hun arbeidzame leven zitten. Tijd lijkt hier op Waseda vooral te worden besteed aan clubs (er is zelfs een club die zich ten doel heeft gesteld om katten te houden op de campus), bijbaantjes en drinkgelagen. Daarnaast komt het spook van de 'shuushokukatsudou' (ruwweg te vertalen als banenjacht)de laatste twee jaren van de studie de hoek om kijken. Tijdens deze banenjacht is het de bedoeling om middels een voor buitenlanders onbegrijpelijk systeem van interviews en lijsten met nevenfuncties die vervuld zijn tijdens het studentenleven indruk te maken op de toekomstige werkgever. Ik heb me laten vertellen dat status belangrijker is dan een lijst met hoge cijfers, dus wie een toppositie bij een bank ambieert kan veel beter de juiste mensen leren kennen dan zich wekenlang in de universiteitsbibliotheek op te sluiten.

Bovengenoemde voorbeelden van Japanse televisie, verkoopautomaten en universtiteitscultuur vormen volgens mij genoeg bewijs dat in Japan vorm nog steeds boven functie prevaleert. Het ophouden van de schone schijn teneinde de groep mensen die Japan en haar onderdelen vormen bijeen te houden is nog altijd belangrijker dan het boven tafel brengen van een minder vleiende waarheid. Wat het in mijn ogen oplevert is aan de ene kant een maatschappij met onnodig xenofobe sentimenten, aanzienlijke energieverspilling en afvalproblemen en een generatie jongeren die niet opgeleid wordt om het beste uit zichzelf te halen, maar zich in het oude keurslijf van traditie en vriendjespoltiek stort als het om het vinden van een baan gaat. Aan de andere kant levert een dergelijke nadruk op het belang van de groep een indrukwekkend gevoel van saamhorigheid op en het ontbreken van zichtbare wrijving omdat iedereen een andere kant op wil levert ontegenzeggelijk ook grote voordelen op. Voorts is een stad als Tokyo zo leefbaar omdat iedereen meedraait in het systeem. Omdat iedereen baat heeft bij het gebruik van de vele automaten worden deze nooit vernield en het gebruiksgemak van de machines kan in veel sombere dagen een welkom lichtpuntje betekenen. Hetzelfde kan wellicht gezegd worden over de banenjacht. Deze volstrekt niet meritocratische manier van het vinden van een baan mag dan wel niet de meest cijfermatig gekwalificeerde werknemer opleveren, je hebt wel iemand die meedraait in de bestaande bedrijfscultuur en zich perfect weet aan te passen. De nadruk op het belang van de groep en het kennen van je eigen plaats is, zeker in de hedendaagse Nederlandse maatschappij, een concept dat ons vreemd in de oren klinkt. Echter, het biedt volgens mij een verfrissend perspectief op het inrichten van de maatschappij al ben ik het niet met alle methoden van de Japanners eens. In elk geval is het een geruststelling om te weten dat er ook interessante alternatieven zijn in het 'ik-tijdperk'.

zondag 15 mei 2011

Proeven aan Waseda

Waarde lezer. De afgelopen week heb ik doorgebracht met proefcolleges, het oriënteren op de activiteiten van de fotoclub waar ik lid van wil worden en een nacht in het Japanse uitgaansleven voor buitenlanders. Voor de proefcolleges had ik me ingeschreven voor een aantal cursussen die ik wil volgen, maar er was gelukkig alle gelegenheid om ook proefcolleges te volgen die me pas halverwege de week waren opgevallen. Na heel wat passen en meten heb ik een programma samengesteld waarin ik mijn basis-Japans weer kan ophalen en volg ik enkele inhoudelijke vakken. Zo lijkt het college schrijfvaardigheid me zeer nuttig om een fatsoenlijke paper in het Japans te kunnen schrijven en volg ik twee colleges waar we gezamenlijk korte Japanse verhalen zullen lezen. Van mijn eerste echte academische week en voornoemde pleziermakerij wil ik jullie graag verslag doen middels deze blog.

Een dag met colleges aan de Waseda-universiteit is opgebouwd uit zeven perioden. Iedere periode beslaat anderhalf uur, hetgeen twee keer zo lang is dan een enkel collegeuur in Leiden. Tussen de perioden vindt een pauze plaats van tien minuten, die door de geringe afstand tussen alle gebouwen waar ik college heb afdoende is om van het ene college naar het andere te gaan. De uitgestrektheid van de Waseda campus is wel enigszins te vergelijken met de afstanden tussen de universitaire gebouwen in de Leidse binnenstad. Echter, waar de Leidse universiteit meer een deel is van de stad, lijkt Waseda meer op een autonoom stadje in de Nishi Waseda wijk van Tokyo. Zo beschikt elk universitair gebouw van enig formaat over een Konbini (Japanse afkorting van Convenience Store) waar niet alleen broodjes en koffie worden verkocht, maar ook zaken als een nieuwe panty of een deodorantflesje kunnen worden ingeslagen. Je wilt immers niet met een ladder in je panty gezien worden in een cultuur waar uiterlijke verzorging hoog in het vaandel staat en al helemaal geen zweetlucht verspreiden tijdens de snikhete Japanse zomers. Voorts zijn de konbini alle voorzien van kopieerapparaten voor de student die zijn werkstuk tussen de colleges door even wil printen en is de aanwezigheid van een geldautomaat een uitkomst, omdat er in Japan nog veel met cash wordt betaald.

Mijn colleges worden voornamelijk gegeven in gebouw 22, aan de noordzijde van de campus. Dit gebouw huisvest naast het centrum voor Internatonal Education het Talencentrum, dat mijn programma van 別科日本語専修課程 (Bekka Nihongo Senshuukatei, oftewel speciaal college specificatie Japans)verzorgt. Omdat het talencentrum niet alleen lessen Japans samenstelt voor buitenlandse studenten, maar ook samenwerkt met de Graduate School of Japanese Linguistics kan er worden ingespeeld op de nieuwste inzichten in taalverwerving en taalkunde. Zo hanteert men, verrassend genoeg, een aanpak die veel lijkt op de Leidse manier van taalverwerving. In plaats van teksten in hun geheel te lezen en alles van buiten te leren, is het belangrijker om zinnen en woordenschat te verwerven die van nut zijn in het dagelijks leven. Wel is de structuur van het programma beter te noemen dan in Leiden, omdat de onderdelen als spreken, luisteren en karakters schrijven in de cursus Communicatief Japans die ik volg nauw op elkaar aansluiten. Het is met name prettig dat de karakters naar orde van veelvoorkomendheid worden aangeboden. Zodoende is het makkelijker om een basis op te bouwen dan in het geval van de kanji toetsen in Leiden, waarbij alle kanji uit een tekst die toevallig over internationale betrekkingen gaat moeten worden geleerd. Uiteraard toont degene die een dergelijk vocabulaire onder de knie krijgt blijk van inzet als hij de toets maakt, maar de geleerde karakters worden weer net zo hard vergeten als ze ver boven het eigenlijke niveau van die persoon zijn.

Ook het college 'Reading Japananese Short Stories' was verrassend, omdat hier in plaats van een vooraf gestelde canon van korte verhalen sprake was van eigen inbreng van de studenten. Voor het eerste proefcollege stond een verhaal van Murakami Haruki op het programma, maar bij de volgende colleges is het de bedoeling dat we zelf verhalen aandragen die we de moeite van het bespreken waard vinden. Door vervolgens het verhaal thuis alvast te lezen en de kernzin, onduidelijke delen en andere aantekeningen op een opdrachtenvel in te vullen, worden we getraind in het lezen van Japanse literatuur. Het college 'Immersing in the Literature' borduurt hier op voort en gaat dieper in op het gevoel dat literatuur bij de lezer ervan teweeg brengt. Door eerst in de klas te discussiëren over de verschillende gevoelens die een tekst bij verschillende lezers teweeg brengt, kan een dieper begrip van de manier waarop literatuur werkt, of niet werkt, worden verkregen. Al met al blijkt de aanpak bij deze literatuurcolleges progressiever dan ik had gedacht en ik kijk dan ook uit naar de eerste reguliere colleges aankomende week.

Naast het leeraspect is natuurlijk ook het sociale leven op de campus van belang. Waseda is één van de internationalere universiteiten van Japan, hetgeen al blijkt in mijn college taalverwerving. Ik zit met studenten uit Saudi-Arabië, Korea en de Verenigde Staten in de klas en uiteraard communiceren we met elkaar in het Japans. Als internationale student is het wel wat lastig om het Japanse studentenleven binnen te dringen, aangezien de gewoonte van de Japanners om alles in een vaste groep te doen zich ook vertaald naar de universiteit. Als je als buitenlandse student in contact wil komen met Japanse studenten, is het zaak dat jij naar een bepaalde club toegaat en zelf het initatief neemt om lid te worden. Als je eenmaal lid bent van een club is het wel zaak om er regelmatig te komen, want er wordt erg veel waarde gehecht aan het groepsgevoel dat zo kan ontstaan. Als westerse student die gewend is aan het zelf bepalen wanneer je wel of geen zin hebt in het deelnemen aan je studie- of studentenvereniging is het zeker even wennen. Echter, doordat ik regelmatig de lunch gebruik met de leden van de Waseda International Club (WIC) en hun evenementen zo vaak mogelijk probeer te bezoeken begint men mij ook te kennen. Kortom, na de aanvankelijke schroom om verplichtingen aan te gaan te hebben overwonnen, blijkt hoe leuk het kan zijn om gewoon even bij elkaar te zitten en het met elkaar over de start van het nieuwe collegejaar te hebben.

Naast de Waseda International Club ben ik ook op zoek gegaan naar een club met een concreter doel en vond deze in de vorm van fotografieclub Scharade. Afgelopen vrijdag was de introductiebijeenkomst van de club waarbij ons een blik werd vergund op de donkere kamer van de club. Deze donkere kamer is, net als de clubruimte van Scharade in het 学生会館 (Gakuseikaikan, studentenclub gebouw) gevestigd. Aangezien Waseda de universiteit is met de meeste clubs van Japan is het bestaan van een dergelijk gebouw zeker gerechtvaardigd en de indeling van het gebouw bleek weer een staaltje van Japans compact bouwen te zijn. Rondom een centrale liftschaft is in carrévorm een twintigtal kamertjes van gelijke afmetingen gebouwd. In ieder kamertje kunnen de bestuursleden van clubs overleggen en kan het materiaal worden opgeborgen. Aan één zijde van de lift kan men vervolgens beschikken over een grote open ruimte met lange tafels, waar in dit geval de uitleg van Scharade werd gehouden. Op deze manier wordt de fragmentatie van bestuurslokalen, zoals in Leiden, voorkomen. Ook hoeft er nooit verhuisd te worden naar een ander lokaal, omdat de aanwezige ruimte maar één functie heeft.

Hoewel ik de indeling van het clubgebouw en het idee van de clubs op Waseda kan waarderen, was ik wel even verrast over de inhoud van de uitleg. Verwacht hebbende dat ons een uitlegsessie over fototechnieken en bewerking ten deel zou vallen, had ik voor de zekerheid mijn camera meegenomen. Echter, na het bezichtigen van de donkere kamer bleek de jongen die het woord voerde geen stof meer te hebben. De aanwezigen bleken duidelijk in hun vrijdagmiddag modus te zitten, want op een paar mensen na stelde niemand echt vragen over de activiteiten van de club. Gelukkig was er aansluitend een Nomikai (drinkgelag), alwaar we onder het genot van gefrituurde etenswaren en bier nader op de vereniging in konden gaan. Zo kwam ik te weten dat er onder andere een trip naar een fotografiewinkel op stapel staat en dat Scharade ook regelmatig natuurwandelingen organiseert, om zo gezamenlijk foto's te nemen van de omgeving.

Na de nomikai van Scharade wilde ik eigenlijk naar de dormitory gaan om bij te slapen, maar Joakim, een Noorse uitwisselingsstudent, haalde me over om met hem mee te gaan naar de Nomikai van de Niji no Kai (de andere internationale studentenclub). Daar aangekomen konden we nog het staartje van de tweede sessie meemaken. Veel van de aanwezigen waren naar goede gewoonte al flink in de olie, waardoor de gebruikelijke klompen en tulpen-riedel nog gretiger aftrek vond dan anders. Om elf uur was de tweede sessie afgelopen, maar één meisje van de Niji no Kai bleek haar verjaardag te willen vieren in Roppongi Hills. Dit beruchte uitgaansdistrict is beroemd om zijn clubs waar met name Amerikaanse buitenlanders een Japanse schone proberen te versieren en het is tevens één van de weinige plekken in Tokyo waar (door buitenlanders) gevochten wordt in de nachtelijke uurtjes. Dit klinkt gevaarlijker dan het is, want twee jaar geleden ging ik er ook uit en was er op twee vechtende buitenlanders geen sprake van een grimmige sfeer.
Er hangt veeleer een lachwekkende sfeer, omdat alle verhalen die je over het Roppongi leest voor je ogen bewaarheid worden. Zo werd ik een aantal malen benaderd door Thaise en Chinese dames, die me in gebroken Japans en Engels een massage aanboden. Resoluut werd ik door iemand van de Niji no Kai voorgeduwd als ik een dergelijk aanbod kreeg. Later vernam ik namelijk dat deze dames je hun massagesalon inlokken en je op dusdanige wijze diensten aanpraten dat je deze hoe dan ook niet kunt betalen. Zodra blijkt dat je niet over voldoende geld beschikt volgen er uiteraard minder vriendelijke zaken.

De hinderlaag van masseuses overleefd hebbende, kwamen we aan bij de Vanity Club. Mijn buurjongen in de dormitory had me toevertrouwd dat dit de meest fameuze club voor Gaijin (minder positieve term voor buitenlander, die als buitenstaander vertaald kan worden) in Tokyo is. Dit bleek inderdaad het geval, want de meest buitenissig uitgedoste Japanse meisjes verdrongen zich in de rij, terwijl smoezelig geklede Amerikanen zich grijnzend in diezelfde rij voegden. Het gevoel van algehele foutheid werd nog eens versterkt door het feit dat mannen 3500 yen toegang moesten betalen en vrouwen gratis naar binnen mochten. Eenmaal binnen bleek het aanwezige publiek tegen de dertig te lopen en duidelijk op zoek naar elkaar. Vanuit aangrenzende privé-lounges werd menige blik vol verlangen naar de dansvloer geworpen. Niet geheel positieve herinneringen aan schoolfeesten op de middelbare school kwamen prompt naar boven, maar we besloten er in te berusten en konden toch nog heel aardig dansen met de mensen van de Niji no Kai.

Na dit avontuur in de Japanse clubscene bracht ik de rest van het weekend door met een taalcollege op zaterdag en bijslapen na alle introducties en feestjes. Voor morgen staat een karaktertoets op het programma, en een Picknick met de mensen van de WIC in het Okuma park van de universiteit. Voorts zal er verderop in de week door de Niji no Kai een bijeenkomst georganiseerd worden waar we meer kunnen leren over de Japanse cultuur. De colleges die ik volg staan nu vast en ik hoop mijn eerste bezoek aan de gym te gaan brengen. Ik hoop in ieder geval dat jullie zo weer een duidelijker beeld hebben van mijn doen en laten in het Japanse. Blijft vooral deze blog bezoeken want binnenkort komen er ook weer nieuwe foto's op. Wederom bedankt en tot later!

maandag 9 mei 2011

Yokohama

Waarde lezers. Ietwat beschaamd moet ik toegeven dat ik de beloofde regelmaat van het bloggen nog niet heb kunnen waarmaken, maar bij deze wil ik jullie weer op de hoogte brengen van mijn gang van de afgelopen dagen. De oplettende lezer zal zich wel afvragen wanneer de lessen voor deze jongeman nu eens aanbreken. Welnu, afgelopen vrijdag volgde ik voor het eerst de grammaticaklas. Het betrof een introductie, dus werd de aanwezigen verzocht om een klein toetsje te maken ,teneinde het niveau vast te stellen. Omdat ik de instructies niet helemaal begrepen had, maakte ik meer fouten dan nodig, maar het was wel zeker dat er weer behoorlijk wat Japans op te halen valt. Gelukkig kon deze harde waarheid nog eventjes uitgesteld worden, want afgelopen zaterdag was het tijd voor de laatste nomikai van de Waseda International Club, alvorens de colleges echt beginnen.

Zoals jullie in vorige blogs al konden lezen, heb ik de afgelopen tijd met zowel WIC als de Niji no Kai opgetrokken. Hoewel beide clubs zich ten doel stellen om Japanse studenten met internationale studenten in contact te brengen, trekt de WIC in mijn ervaring meer Japanners aan die echt geïnteresseerd zijn in de buitenlandse studenten. Waar de mensen van Niji no Kai even vrijblijvend met die 'koddige' buitenlanders wilden praten, voelde ik me bij WIC aanmerkelijk minder een curiositeit. Waar ik bij de Niji no Kai niet verder kwam dan het windmolen- en tulpenverhaal wanneer er naar typisch Nederlandse zaken werd gevraagd, wist ik de WIC-leden er al snel van te overtuigen dat het Nederlands wel degelijk een taal is. Zelfs het poldermodel dat erg verschilt van de Japanse standenmaatschappij, werd na enige moeite min of meer 'gevat', alhoewel ik betwijfel of de essentie van de Nederlandse overlegcultuur echt doordrong tot de aanwezigen.

Dat de WIC-leden er naast een brede interesse ook stevige drinkgewoonten op na houden, mocht ik ervaren tijdens voornoemde nomikai. Net als bij vorige drinkgelagen, lieten de aanwezige Japanners hun gereserveerdheid varen naarmate het alcoholpromillage toenam en de tongen geraakten allengs losser. Zo vertrouwde ene Sho me toe dat hij Nederland altijd het land van zijn dromen had gevonden en dat hij er al jaren naartoe wilde afreizen. Na een stuk of tien glazen bier verkondigde hij zelfs op luide toon dat ik in hoogsteigen persoon het beeld dat hij van Nederland had nog rooskleuriger had gemaakt. Het bleef onduidelijk waarom dit zo was, aangezien ik slechts een nogal onsamenhangend verhaal over elektrische windmolens had opgehangen.

Het was dan ook opmerkelijk dat dezelfde Sho me de volgende dag vroeg om wat over windmolens te vertellen, terwijl we het daar nu juist de vorige avond te uit en te na over hadden gehad. We waren namelijk de volgende ochtend klokke 10:30 alweer op stap naar havenstad Yokohama, en de aanwezige WIC-leden slaagden er op verbazingwekkende wijze in om de uiterlijke gevolgen van het drankfestijn van de dag ervoor verborgen te houden. Hoewel ik Sho er aan probeerde te herinneren dat ik een halve spreekbeurt over windmolens had gehouden, bleef hij volharden, waarna ik mijn verhaal dan toch nog maar een keer vertelde.

De trip naar Yokohama van afgelopen zondag hield onder andere een bezoek aan het plaatselijke China Town in. Yokohama Chūkagai is het grootste China Town van Japan, en een populaire bestemming voor Japanners die niet willen afreizen naar China, maar toch een vleugje van de Chinese cultuur willen opsnuiven. Japanners zijn dol op het ontdekken van nieuwe zaken buiten hun eigen eiland, maar dit dient wel onder Japanse voorwaarden te gebeuren. Een dergelijke 'in vitro' benadering zorgt ervoor dat de Japanse bezoeker niet afhankelijk is van de 'onvoorspelbaarheid' van de Chinezen maar wel het echte China kan beleven. Gelukkig wordt het China Town wel bevolkt door echte Chinezen, die zich wel noodgedwongen aan de Japanse manier van reclame maken voor hun restaurants en andere gelegenheden houden. De 'irrasshaimase's' (komt u binnen) waren niet van de lucht en de Chinese bediening van het restaurant waar wij de lunch gebruikten deed zijn best om zo beleefd(=Japans) mogelijk te bedienen.

Na van dim-sum en andere Chinese lekkernijen te hebben genoten, togen we naar de haven van Yokohama om op de passagiersterminal de aangemeerde cruiseschepen te bekijken. Hier was het tijd voor uitgebreide fotosessies, maar niet van de cruiseschepen of het mooie uitzicht op de haven. Nee, ook hier werd naar goed Japans gebruik de gewoonte nagevolgd om van iedereen een foto te nemen, met iedere camera die meegebracht was. Een van de aanwezige uitwisselingsstudenten merkte op dat het veel handiger is om een foto te nemen en deze later te delen op een medium als facebook. Echter, ik vermoed dat je door met je eigen toestel een foto te nemen, en deze later op facebook te zetten, aangeeft dat je lid bent van de groep die op de foto staat. Door de groep vast te leggen erken je als het ware het bestaan van de groep en gaat het niet zozeer om het vastleggen van een uniek moment in Yokohama. Zelf heb ik vaak de neiging heb om een zo origineel mogelijk standpunt in te nemen met mijn fotocamera, en zodoende de waarde van de foto aan mijn individuele blik te ontlenen. Echter, als je het op Japanse wijze bekijkt, ontlenen de genomen foto's niet hun waarde aan de fotograaf. De waarde schuilt hem veeleer in het conformeren aan een gemeenschappelijke visie op Yokohama, namelijk dat het een toeristische plaats is waar iedere Japanner een keer geweest dient te zijn. Het doet er vervolgens niet toe dat hetzelfde standpunt al duizendmaal genomen is. Het belangrijkste lijkt dat men elkaar op de foto's terug ziet en op die manier een sterk groepsgevoel bewerkstelligt.

Na dit verhelderende inzicht bezochten we nog de oude pakhuizen van Yokohama, die in de Meiji-tijd dienst hadden gedaan als opslagplaats voor goederen uit het westen. De Japanners zouden echter de Japanners niet geweest zijn als ze de pakhuizen niet hadden omgetoverd tot een winkelcentrum, compleet met ijsfabriek en biercafe. Na deze geslaagde trip naar Yokohama was het tijd om voor te bereiden voor serieuze zaken, want vandaag zouden de eerste colleges plaatsvinden. Ik kan alvast verklappen dat het universitaire leven aan Waseda nog wel even wennen is. Weldra zal ik er een uitgebreide blog aan wijden.

donderdag 28 april 2011

Nederland in Tokyo

Na een viertal weken in het Japanse te hebben verbleven, begint langzaam maar zeker door te dringen dat ik me toch echt in een totaal ander land bevind. De tsuyu (regenseizoen) is aangebroken waardoor een in Nederland onbekende, drukkende warmte zich langzaam maar zeker over de stad begint uit te breiden. Wanneer ik naar de universiteit loop word ik in plaats van geklaag over het weer omringd door kirrende Japanse stemmetjes die zich afvragen in welk 'kawaii' kleedje ze de hond aan moeten trekken. In plaats van indringende blikken van mensen die zich afvragen wie er nu weer tegenover hun in de trein zit, word ik omringd door uitgestreken gezichten. Het voelt heerlijk om van het eigen land ontkoppeld te zijn en je temidden van mensen te bewegen die er in alles een andere visie op na houden dan je van Nederland gewend bent. Echter, onvermoede verlangens spelen soms op, en ik kan niet ontkennen dat gedachten aan Nederlands brood, kaas en het frietje met al ettelijke malen de revue hebben gepasseerd. Gelukkig hoefde ik afgelopen dinsdag niet te wachten op een pakketje met kaas, maar was er een receptie georganiseerd op de Nederlandse ambassade in de Minato-ku. Hieronder een verslag van mijn bezoek aan deze Koninginnedag annex voorlichtingsbijeenkomst over de gevolgen van de grote aardbeving in de Tohoku.

Ik had afgesproken met Glynis van Leem en Diana Kuipers, twee van mijn mede-masterstudenten in Leiden. Echter, omdat ik wat problemen had met het inleveren van mijn verzekeringspapieren op de Waseda universiteit, was ik later. Ik had Glynis en Diana gevraagd of ze alvast vooruit wilden lopen. Echter, als geluk bij een ongeluk had ik daardoor tijd om de omgeving in Minato goed in me op te nemen. Hoewel Tokyo op het eerste gezicht een vrij eenvormig karakter heeft, zijn er wel degelijk verschillen op te merken tussen de verschillende wijken. Minato is te kenmerken als een kruising tussen de Amsterdamse Zuid-as en politiek Den Haag, maar dan vele malen hoger en met nog meer mensen onberispelijk in pak. Niet verwonderlijk, want het is de wijk van Tokyo waar de meeste ambassade's zijn gevestigd en grote Japanse conglomeraten als NEC en Mitsubishi hun hoofdkwartier hebben. Tussen alle hoge gebouwen, bijna aan de voet van Tokyo Tower, is de Nederlandse ambassade gelegen.

Omdat ik niet dagelijks in diplomatieke kringen verkeer was ik toch wel ietwat zenuwachtig om binnen te gaan. Mijn naam bleek gelukkig op de gastenlijst te staan en de ambassadeur zelf wees mij de weg naar de residentie, waarvan de tuin werd gebruikt als feest lokatie. Dit in Europese stijl gebouwde huis zag er waarlijk grandioos uit. In één van de kamers was een Nederlandse bibliotheek ingericht, en tussen de Nederlandse werken stond zowaar een foto van de Leidse binnenstad met het academiegebouw erop afgebeeld. Toen een groep medewerkers van de ambassade de hoek van de garderobe om kwam zeilen wist ik wel zeker dat ik goed zat, want het harde stemgeluid en de blonde corpkapsels konden niet missen.
Na enig zoeken trof ik Diana en Glynis in de tuin, die stonden te praten met een zekere Henk, die pas een maand in Japan was. Na enige navraag bleek dat hij onlangs met een Japanse getrouwd was en nu als huisman het huis aan kant moest houden. Hoewel het tegenwoordig voor Japanse vrouwen niet meer uitzonderlijk is om met een buitenlandse man te trouwen, vond ik het zeker opmerkelijk dat de vrouw in dit geval ongehinderd door Japanse sociale conventie carrière aan het maken was en dat manlief het wel best vond en de thuisbasis aan kant wilde houden.

Omdat ik te laat was binnengekomen had ik de rede van de ambassadeur niet kunnen aanhoren. Echter, volgens Diana had hij gesproken over de preciare situatie in oostelijk Japan en de situatie in Fukushima. Hoewel de rede erg indrukwekkend scheen te zijn geweest, was er ook voldoende ruimte om zich te verpozen met oude bekenden en zich tegoed te doen aan Nederlands eten. Gek genoeg smaakte voedsel als haring met uitjes en friet met, dat je in Nederland als een vanzelfsprekendheid beschouwd, extra lekker in het Japanse. De friet was zelfs van het ras-soort, en werd door een Japanner gemaakt en geserveerd. Hij bleek al de derde generatie te zijn van een familiebedrijfje dat friet rast. Na enige navraag mocht ik het kaartje van Yamada Yuichi san hebben en hij bleek naast Nederlandse friet ook te handelen in pasteitjes en koude schotel! Waar wij dit voedsel thuis toch als redelijk basic beschouwen bleek de heer Yamada zijn waar in de markt te zetten als luxe-product. Mijns inziens een mooie tegenhanger van de westerse fascinatie voor sushi (en dan met name de tonvormige futo-maki variant), hetgeen redelijk gewoon volksvoedsel is in Japan. Naast de friet waren er allerlei soorten kaas, waaronder rode en groene. Een chique heer met minder chique overkam wist mij te verzekeren dat hij deze kaas altijd at in Nederland, maar ik verbaasde me toch wel over deze afwijkende kleuren in het anders zo gele kaaslandschap. De kaas was dan wel raar van klaar, ze was er niet minder lekker om. Als klap op de vuurpijl kregen we nog bitterballen opgediend, die helaas wel wel een vreemde pindasaus-vulling bleken te bevatten.

Aangezien ik die avond nog met Japanse leden van WIC, de Waseda International Club, naar de pub ging, en Diana en Glynis nog genoeg huiswerk te doen hadden, besloten we omstreeks negenen zo zoetjes aan naar de metro te gaan. Na het eten met een glas Heineken te hebben weggespoeld (toch verrassend smaakvol na de weinig fantasievolle Japanse bieren) verlieten we het stukje Nederland in Tokyo. Na professor Forrer, een Leidse hoogleraar die gespecialiseerd is in de Japanse prentkunst, in een hoekje gespot te hebben, togen we huiswaarts.

maandag 25 april 2011

Een week van introductie

Beste lezers. Het is alweer ruim een week geleden dat ik voor het laatst een bericht over het reilen en zeilen in Japan heb geplaatst, toch is er in die tijd heel wat gebeurd. De introductie van Waseda is inmiddels in volle gang, waardoor ik het soms wat solitaire leven in de dormitory heb verruild voor goed Japans en internationaal gezelschap. Vanaf vorige week maandag, toen ik mijn mede-master studente Jurate mocht verwelkomen, is er iedere dag wel een introductie, feest of andere activiteit geweest, dus ik hoop jullie door middel van deze post weer up to date te brengen.

Afgelopen dinsdag ging ik met Jurate naar het talencentrum van de Waseda-universiteit, waar op maat advies wordt gegeven hoe je het beste de studie van het Japans kunt aanpakken. Ik kreeg goede tips om aan de hand van officiële examenbundels te studeren en ik denk er zelfs over om me op te geven voor de officiële Japanse taalvaardigheidstoets, zodat ik een concreet doel heb om naar toe te werken.
Na al deze goede adviezen, wist Kyuu, een Taiwanese dormgenoot van Jurate, ons te vertellen dat er in de lunchhal een internationaal talencafé werd georganiseerd, waar Japanners op af zouden komen die Engels wilden leren. Gezamenlijk met een paar internationale studenten togen we naar de lunchhal, waar we allervriendelijkst werden ontvangen en vol belangstelling ondervraagd. Hoewel het jammer was dat we voornamelijk in het Engels moesten spreken, kwamen we toch veel te weten over het Japanse universitaire systeem. We hadden zelfs nog een interessante discussie over de Japanse gerichtheid van universiteiten op het klaarstomen voor de arbeidsmarkt. De gedachte dat het bedrijfsleven stabiel moet blijven draaien met gekwalificeerde mensen blijkt hier belangrijker te zijn dan de westerse nadruk op zelfontplooiing. Enfin, na de voors en tegens van zowel het Japanse als het westerse systeem te hebben besproken, werden we door een paar Japanse studenten uitgenodigd voor het avondeten. Zo gezegd zo gedaan, en klokslag zeven zaten we te smullen van een interessante kruising tussen een pizza en lasagne, natuurlijk met een ei in het midden. Ik had de eer om tegenover een studente genaamd Chisako te dineren, en we hadden een leuk gesprek over een boek met Kimono's uit de Edo-periode, dat ze net in een tweedehands boekhandel op de kop had getikt.
De avond leek weer te gaan worden doorgebracht op mijn kamer, maar onderweg bleek dat de internationale vereniging 'Niji no Kai' een feest zou organiseren in de Houshien dormitory, waar wat meer internationale studenten verblijven. Daar aangekomen bleek de pruimenwijn al in ruime mate te zijn aangerukt. We lieten het ons goed smaken en ook hier waren de Japanse aanwezigen zeer nieuwsgierig naar de landen van herkomst van de internationale studenten. Telkens wanneer ik vertelde dat ik uit Nederland kwam rolden prompt namen van voetballers als Van der Vaart en Van Nistelrooy over de tong en de welbekende tulpen en molens werden ook van stal gehaald.

Woensdag vond de officiële oriëntatie van de universiteit plaats, waarbij alle internationale studenten welkom werden geheten. Uiteraard ging dit gepaard met het nodige decorum. De decaan van de faculteit bedankte ons omstandig dat we ondanks de ramp toch naar Japan waren gekomen. Daarna was het de beurt aan de coördinator van het internationale studenten centrum, de heer Honma, die verrassend goed Engels bleek te spreken. Natuurlijk kregen we een pak papier van jewelste met uitleg, want de Japanners houden er, in tegenstelling tot de Leidse universiteit, niet van om zaken aan het toeval over te laten. Zaken als verzekering, bankrekening en mogelijkheden om je studentenleven te verlevendigen met activiteiten buiten de collegebanken werden aangedragen en omstandig uit de doeken gedaan. Gelukkig was er niet alleen maar ernst, want de Niji no Kai hadden een quiz georganiseerd met als thema bekende Japanse zaken. Zo moesten we beantwoorden wie de stichter van de universiteit was, wat de populairste wijk van Tokyo is en wie de meest beroemde zanger is. Daarna ging men over op beduidend vagere spelletjes. Uitwisselingsstudenten moesten bijvoorbeeld in een rij staan en soesjes eten, en het publiek moest raden hoeveel soesjes wasabi bevatten. Helaas konden sommigen proefkonijnen erg goed hun gelaat in bedwang houden, want mijn groepje verdiende geen enkel punt met aantallen raden.
Op de oriëntatie ontmoette ik al wat van mijn studiegenoten, en we spraken af om de avond bij het welkomstfeest in de Nishi Waseda dorm door te brengen. Ook daar was men weer vol belangstelling. Het was ook fascinerend om te zien hoe de studenten de keuken na afloop van het feest tot op de milimeter schoonmaakten. Een hele ervaring als je soms in studentenhuizen met fornuizen vol viezigheid bent geweest.

De volgende dag verwachtte de staf van het Intensive Japanese Language Programme dat ik volg, ons op de universiteit voor uitleg over cursussen die we kunnen kiezen. Ook hier werd na elke zin uitgebreid vastgesteld of we het wel begrepen, zodat ik af en toe de indruk kreeg alsof we nog op de basisschool zaten. Echter, na enige tijd besloot ik deze toch wat Nederlandse manier van denken overboord te zetten, en was het eigenlijk wel prettig om alles te uit en te na uitgelegd te krijgen. Uiteraard waren er na afloop van de sessie geen vragen en konden we thuis op ons gemak gaan uitzoeken welke cursussen we willen volgen uit de syllabus.
De avond werd net als voorgaande dagen weer feestelijk doorgebracht, ditmaal met een nomihoudai. De nomihoudai betekent zoveel als 'all you can drink', maar is wel gelimiteerd aan een tijdspanne van twee uur. Het fenomeen is razend populair in Japan, omdat het de gelegenheid is om even uit het strakke sociale keurslijf van Japan te ontsnappen en de andere sekse wat vrijer te benaderen dan men gewoonlijk gewend is. Omdat de tijd gelimiteerd is, slaat men het ene na het andere glas achterover, hoewel het wel om kleine limonadeglaasjes gaat. Na verloop van tijd liepen de Japanners paars aan, hetgeen enigzins werd ingedamd door alle gefrituurde snacks op de tafel. Als Europeaan die in Nederland al bovengemiddeld goed tegen drank kan, was het fascinerend om te zien hoe de Japanners steeds losser werden. Na een beschonken Koreaan naar huis gebracht te hebben, kon ik in ieder geval terugkijken op een geslaagd eerste drinkavontuur.

De vrijdag deed ik het wat rustig aan, hoewel ik tegen de avond een feestje bij Saori bezocht, de leidster van Niji no Kai. Het weekend was verder ingeruimd voor een hoop geregel als het aanvragen van verzekeringen en het in orde brengen van mijn sportkaart. De zaterdag vond er weer een introductie plaats, waar ik wat beter kennis maakte met de Chinese en Koreaanse studenten. Vandaag bezocht ik de oriëntatie voor internationale studenten en Japanners die meer wilden weten over de tradities van Waseda. Net als in het Nederlandse corpsleven bestaat er een waar arsenaal aan jargon voor verschillende universitaire begrippen als het behalen van een hoog cijfer of het uitstellen van de studie terwijl je eigenlijk aan de vooravond van een heel zwaar tentamen staat. Ook vond er weer een quiz plaats, ditmaal met Chinese karakters op een bord. Ieder karakter belichaamde een begrip als 'student' 'oprichter' of 'beroemd' en wie het eerste wist over welke persoon of welk instituut het ging mocht het zeggen. Iedereen had in elk geval de opgave goed waarbij men 'Waseda' bedoelde, omdat de combinatie 'studie' en 'drank' natuurlijk maar één ding kon betekenen!

Al met al is het de afgelopen dagen flink druk geworden, en ik begin al aardig warm te lopen voor de klassen. Vandaag is de eerste course registratie afgerond, maar doormiddel van proefcolleges mag er nog genoeg verschoven en gewijzigd worden. Het zal de komende dagen vooral een afwisseling zijn van voorbereiden voor de colleges en het ontspannen met nieuwe Japanse vrienden, nu het nog relatief rustig is. Ik begin er in ieder geval nu echt veel zin in te krijgen en zal jullie vanaf nu vaker op de hoogte houden! Wederom bedankt voor het lezen en tot binnenkort.

maandag 18 april 2011

Een kijkje in de keuken

Een aantal van u, trouwe lezers, geeft aan geen beeld te hebben over hoe het met de voorzieningen rond de Japanse studentenhuisvesting gesteld is. Zou het klein zijn, of primitief? Zou het schoon zijn of zonder modern gerief? Vandaar letterlijk een kijkje in de keuken.

Zoals ik in Leiden mijn kookkunsten moet vertonen in een gemeenschappelijke keuken die met drie kamergenoten gedeeld wordt, zo ga ik in Waseda mijn keuken eveneens delen. Met in principe zelfs dertig anderen. Op het moment van schrijven zijn er vermoedelijk vier van de dertig kamers bezet, rechtstreeks gevolg van de aardbeving-tsunami-kernreactor-kettingreactie. Vermoedelijk, want men laat zich nog niet zien en in elk geval tot op heden niet in de keuken. (Er kunnen nog geen plakjes ham van anderen gestolen worden, zie eerdere blog) Ik heb dan ook op dit momenten twee volledig geëquipeerde aanrechten tot mijn beschikking. Het is dat ik nagenoeg altijd buiten de deur eet, anders zou ik kunnen overwegen om bijvoorbeeld kosjer te gaan koken.

De keuken is gerieflijk en uitgerust met talloze(!) rijstkokers en dubbeldeurs koelkasten waar men thuis beslist jaloers op zou zijn. De keuken is vooral ook ruim bemeten. Waar creatief koken in Leiden staat voor het klaarmaken van gerechten ondanks het gebrek aan ruimte, zou de ware kookgek hier kunnen ontluiken. In een Leids keukentje waar men de spreekwoordelijke .... niet kan keren is het telkenmale zaak om goed te onthouden dat het gas niet aan kan als het keukenkastje open staat, dat het groenten snijden niet kan als er afwas op het aanrechtblad staat en dat een vergeten ingrediënt niet bijgehaald kan worden aangezien de keukendelers de rest mogelijk zouden kunnen opeten. In deze Japanse voorziening zou creativiteit meer de betekenis kunnen hebben zoals dat in masterchef-uitzendingen bedoeld wordt.

Het buiten de deur eten van mij heeft overigens meerdere redenen. Ten eerste is de maaltijd buiten de deur goedkoper dan wanneer ik zelf aan het brutselen zou slaan. Voor drie euro doe ik mij te goed aan de al eerder in deze blog geroemde katsudon, butadon (Yoshinoya), udon en soba-noodles. Ten tweede ga ik ook voor de sociale contacten en de taalverwerving naar de diverse restaurants om de hoek. Dat is ontegenzeggeljk het voordeel van op jezelf aangewezen zijn, zonder andere Leidenaren en familie. "Hoe minder zielen hoe meer Japans".



Hierbij dus enige foto's die een indruk geven van de keuken en andere gedeelde voorzieningen. Niets mis mee.



Talloze rijstkokers fleuren het dressoir op.



Ook in Japan wordt aan afvalscheiding gedaan.



Vanaf de entree van de keuken gezien. Koelkasten zijn er in ieder geval genoeg.



Iedereen heeft zijn eigen vakje toebedeeld gekregen, om kookspullen en servies in op te bergen.



Het perfecte alternatief.

zaterdag 16 april 2011

Medische finesse

Zoals ik met mijn vorige blog al duidelijk maakte, gaat het leven in Tokyo gewoon weer door. Ook het universitaire leven gaat aanstonds beginnen. Begin mei zal namelijk het eerste semester van het collegejaar 2011-2012 aan Waseda geopend worden. Echter, voor het zover is moeten vakken worden geselecteerd, studenten-id's opgehaald en vinden uiteraard introductieactiviteiten voor de buitenlandse studenten plaats. Dit alles zal vanaf donderdag aanstaande plaatsvinden, dus tegen die tijd zal ik die belevenissen gaan optekenen. Waar ik al wel over kan berichten, is de medische controle die ik vandaag moest ondergaan. Waar het de student aan de universiteit Leiden vrijstaat om al dan niet zijn gezondheid te laten onderzoeken, acht de bureaucratie van Waseda het wenselijk om dit verplicht te stellen. Om een lang verhaal kort te maken, vandaag was de dag dat ik mijn schroom om in een buisje te urineren overwon en kennis maakte met de geoliede machine van de Japanse medische controle.

Het deelnemen aan de controle had nogal wat voeten in de aarde, want bij aankomst bleek ik een studenten-id nodig te hebben. Aangezien men dit pas aankomende donderdag uitreikt aan de buitenlandse studenten, trok ik de stoute schoenen aan en probeerde het alvast op te halen. Na enige navraag bleek mijn studentenkaart verkrijgbaar in het Center for International Education (CIE). Nadat ik mijn probleem had uitgelegd in het CIE, bood men duizendmaal excuses aan en werd in allerijl het id aangemaakt. Daarop wachtende, verschafte ik mij eens een blik op het kantoor waar ik in was beland. In tegenstelling tot het stereotype van de spaarzame en strakke Japanse inrichting, lagen de stapels paperassen schijnbaar kris kras over de bureaus verspreid, enkel onderbroken door een tussen de chaos opduikende laptop of pennenbak. De dame die mij hielp bewees echter precies in de gaten te hebben waar mijn gegevens lagen en griste het juiste papier in een oogwenk tussen de stapels vandaan. De studentenkaart kreeg een tijdelijk label opgeplakt, omdat deze eigenlijk nog niet beschikbaar hoort te zijn. Na echter plechtig te hebben beloofd mijn kaart weer om te wisselen voor een permanent exemplaar mocht ik de ruimte verlaten met het bewijs dat ik aan deze universiteit studeer.

De daadwerkelijke medische controle vond plaats in het Ono auditorium. De rij die bij mijn aankomst al lang was, bleek te zijn aangezwollen tot Efteling-achtige proporties. Twee volledig geüniformeerde universiteitswachten uitten zo nu en dan kordate aanwijzingen om de rij in goede banen te leiden. Op deze manier werd gewaarborgd dat er geen gaten zouden ontstaan, die de doorstroom zouden belemmeren. Het wachten verliep dan ook voorbeeldig en van individuen die doodleuk verderop in de rij wilden invoegen was geen sprake. De kalme atmosfeer werd eenmaal onderbroken door een kleine aardbeving, maar veel meer tumult dan een paar blikken van verstandhouding en de uitroep 'aha een aarbeving' veroorzaakte dit niet.
Eenmaal bij de balie bleek behalve het buisje urine en mijn studentenkaart ook een persoonlijk gezondheidscertificaat vereist te zijn. Als bij toverslag kwam bij de Japanse studenten om mij heen een groen papiertje tevoorschijn, waardoor ik me toch enigszins benauwd voelde dat ik bij gebrek aan dit papier voor niets in de rij had gestaan. De uitwisselingsstudenten bleken echter als eerstejaarsstudenten te worden beschouwd, en kregen netjes een nieuw certificaat.

Binnen bleken ouderejaars de doorstroom van controlepost naar controlepost te moeten organiseren. Japan kent het senpai-kouhai systeem, waarbij de senpai (ouderejaarsstudent) de meerdere is van de kouhai (jongerejaarsstudent). Het principe is enigszins te vergelijken met de feuten bij studentencorps Minerva, die in hun eerste jaar moeten doen wat de ouderejaars hen opdragen. Belangrijk verschil is echter dat dit stelsel in Japan ook functioneert buiten het huis en de sociëteit en dat het veel serieuzer wordt genomen. Hoewel sommigen misbruik maken van hun positie, ziet de meerderheid van de senpai het ook echt als taak om hun kouhai onder de hoede te nemen en door het universitaire leven te loodsen. Aanwijzingen in welke rij men moest staan en vermaningen dat men achter en binnen markeringen op de grond moest wachten namen de wachtenden derhalve zeer ernstig. De senpai lieten telkens een vast aantal studenten naar in dit geval de urinecontrole door, waarbij elke balie was genummerd en dit nummer ook werd toegewezen. Gewend zijnde aan de Nederlandse situatie, waarbij het dringen geblazen is en niemand precies weet wat er moet gebeuren, was dit een zeer verfrissende ervaring.

Nadat de urine werd getest, was het de beurt aan de röntgenfoto. Een draagbare röntgencabine was in een collegezaal gezet. Na het laten zien van mijn persoonlijke gezondheidscertificaat, kreeg ik een nummertje en was ik inclusief shirt aan en uittrekken in een minuut door het apparaat heen. Deze procedure van in de rij staan, certificaat laten zien en de volgende keuringsprocedure ondergaan verliep telkens zeer gezwind. Zo doorliep ik achtereenvolgens nog het meten van mijn gewicht en lengte, bloeddruk en nam men een interview af om eventuele ziektes in het dossier te kunnen opnemen. Het meten van de lengte en gewicht verliep trouwens zeer ingenieus, bovenop de weegschaal had men een meetlat gemonteerd, die automatisch de lengte van de persoon die erop stond opmat. Een geautomatiseerd balkje daalde zo voorzichtig neer, totdat het door je hoofd werd gestopt, en gaf de bereikte hoogte elektronisch door aan bedienende zuster.

Na afloop van al deze keuringen kreeg ik een stempel op mijn gezondheidscertificaat en voelde ik me net een nieuwe televisie die een volautomatisch keuringsproces had doorlopen. Dit wil niet zeggen dat de behandeling onpersoonlijk was, integendeel. Iedere student werd met de grootst mogelijke zorg behandeld, zij het wel in een veel hoger tempo dan dat ik in Nederland gewend ben.

dinsdag 12 april 2011

Het leven gaat gewoon door

Vandaag ben ik op de kop af twee weken in Japan, en raak stilaan gewend aan het wonen alhier. Omdat het semester nog niet begonnen is, kan ik me de luxe permitteren om op mijn gemak door de stad te wandelen, en het dagelijkse leven in Tokyo gade te slaan. De berichtgeving in de buitenlandse media deed, zeker vlak na de ramp, geloven dat de paniek in oost-Japan groot was. Ook in de Nederlandse kranten was te lezen hoe Japanners massaal hun land zouden ontvluchten, een goed heenkomen zoekend naar veiliger oorden in het westen. Echter, ik kan de lezer uit eigen ervaring verzekeren dat Japanners over het algemeen zeer verschillend van westerlingen, en zeker Nederlanders, op de dreigingen reageren. Waar in het vaderland een paar ondergelopen kelders al voorpaginanieuws zijn, ondergaat men het natuurgeweld hier op merkwaardig berustende wijze. Daarom lijkt het mij een goed idee om hier nader naar de Japanse manier van handelen in onvoorziene situaties kijken.

Zo was ik afgelopen donderdag bij de familie Ikeda op bezoek, toen de tafel begon te schudden. Ietwat verwonderd bekeek ik de plastic tulpen die steeds verder heen en weer schudden, waarna ik me realiseerde dat deze aardbeving wel erg lang duurde. Ongeveer twintig seconden lang schudde het huis in korte rukken heen en weer, terwijl de muren kraakten en de kopjes in de keukenkast rinkelden. Vragend richtte ik mijn blik naar moeder Ikeda, die op gedecideerde toon zei dat het trillen wel erg lang duurde en dat we beter in het midden van de kamer konden gaan staan. Zo gezegd, zo gedaan en zo abrupt als de aardbeving was begonnen, zo abrupt hield deze ook weer op. Na afloop was geen spoortje angst af te lezen van het gezicht van moeder en dochter Eri die aan tafel zat te studeren. Wel werd per E-mail aan vader Takuo gevraagd of hij ongedeerd was, maar er bleken alleen enkele dozen op zijn kantoor in Sendai op de grond te zijn gevallen. Dochter Hiromi, die tijdens de aardbeving in bad had gezeten, stapte met een stoïcijns gezicht de badkamer uit en vroeg mij of dit mijn eerste lange aardbeving was. Na een bevestigend ja luidde mijn wedervraag of het dan niet gek was om te badderen tijdens een aardbeving. Dit was echter geen enkel probleem, ze had het bad alleen wat moeten bijvullen omdat er water over de rand was geklotst.

Na de veiligheid van alle gezinsleden te hebben vastgesteld, werd de televisie aangezet. Alle uitzendingen op de Japanse televisie worden onderbroken wanneer een serieuze aardbeving plaatsvindt, en vervangen door een verslag van de dichtsbijzijnde afdeling van de NHK. Deze Japanse publieke omroep heeft een fijnmazig netwerk van aardbevingsdeskundigen over het hele land in dienst en kon derhalve al enkele minuten na de aardbeving de magnitude op verschillende plaatsen laten zien. Hoewel de verslaggevers in het epicentrum een gespannen indruk maakten, slaagden ze er toch in om met regelmatige dictie de lijst met bevingsinformatie voor te lezen. Het heeft zeker met gewenning te maken, maar ik vond het feit dat de Japanners zelfs op zulke spannende momenten de etiquette in acht nemen bewonderenswaardig. In plaats van ogenblikkelijk allerlei geruchten de wereld in te helpen via media als twitter, lijkt het erop dat men in Japan kiest voor een sterk gefaseerde en gecontroleerde manier van informatieverstrekking. De Nederlander zal hierbij wellicht opmerken dat de waarheid dan misschien te laat of niet naar buiten komt. Echter, de Japanners zijn doordrongen van het besef dat het beter is de waarheid zo naar buiten te brengen, dat de consensus en rust wordt behouden, iets waar ze naar mijn mening wonderwel in slagen.

Deze berusting en continuering van het dagelijkse leven in tijden van rampspoed zit de Japanners ongetwijfeld in het bloed. Zo verbaasde ik mij gisteren over de werknemers in een kantoor dat ik vanuit mijn kamer kan gadeslaan. Laat in de middag vond weer een aardbeving plaats van het kaliber dat ik bij de Ikeda's had gevoeld. Echter, na tien seconden stond men pas op vanachter de computers en na enkele tientallen seconden gewacht te hebben, werd de positie weer hernomen. Vervolgens werkte men ongestoord door alsof er niets was gebeurd.



Ook tijdens de hanami, het kersenbloesem kijken waar ik reeds over schreef, was van de rampspoed die zich over oost-Japan heeft uitgestort niets te merken. De afgelopen zaterdag vertoefde ik met de Ikeda's en enkele buren onder een roze kleurenpracht met de nodige versnaperingen en drank. In plaats van bij de pakken neer te zitten, greep men het hanami dit jaar aan als een extra welkome gelegenheid om bij elkaar te komen en goed stil te staan bij dat samenzijn. Ichigo Ichi-e - Each moment only once - luidt de zegswijze. Waar de hanamiviering doorgaans een geabstraheerde versie is van het stilstaan bij de vergankelijkheid van het leven, is deze gedachte dit voorjaar concreter dan ooit. Ook zonder vliedende kersenbloesems is dit jaar uiterst tastbaar dat dingen voorbij gaan..



Ik wil maar zeggen met dit stukje dat het beeld van de Japanner die zich aan een ijzeren discipline moeten onderwerpen die over elk persoonlijk leed heen walst, niet helemaal terecht is. In een land dat sinds het begin der tijden wordt geplaagd door zoveel natuurgeweld, is gebleken dat acceptatie van rampspoed nu eenmaal beter werkt dan weeklagen waarom het uitgerekend Japan moet overkomen. Bij tijd en wijle wordt heus wel een traan gelaten, maar men houdt zich meestentijds goed, teneinde het moreel hoog te houden en aan te geven dat uit ieder dal, hoe diep ook, is te ontsnappen.

donderdag 7 april 2011

Feest op de Matsukazedai

Zoals ik in mijn vorige bericht schreef, was het afgelopen zaterdag tijd voor de Hanami. Hoewel deze activiteit formeel uit het appreciëren van de kersenbloesem bestaat, weten ingewijden dat het een goede gelegenheid is om eens flink te drinken. Waar men in Nederland de sombere dagen verdrijft met het carnaval, is in Japan Hanami een goede gelegenheid om met familie en vrienden het begin van de lente te vieren. In de veronderstelling dat we ons in Higashimatsuyama onder de kersenbloesems zouden verpozen, arriveerde ik bij de flat van de Ikeda's aan de Matsukazedai. Na een tijdje te hebben bijgepraat, begaven we ons naar de vierde verdieping, waar de familie Fujita woont. Daar aangekomen bleken ook andere bevriende gezinnen te zijn uitgenodigd. Echter, toen ik vroeg wanneer we de bloesems zouden gaan bekijken, bleek dat het nog te koud was, en de bloesems in Higashimatsuyama nog niet in bloei stonden. Dit mocht de pret echter niet drukken, want iedereen had lekkernijen meegebracht en het eten en drinken dat normaal onder de kersenbloesem plaatsvindt werd eigenlijk gewoon naar binnen verplaatst.

Onder de aanwezigen bevonden zich naast mijn "familie", de Fujita's, Haneishi's en vader Deguchi. Mayumi Haneishi kende ik nog als theemeester van de theeceremonie die Tom en ik vorig jaar bezochten en Deguchi-san is de vader van Wakana, een vriendin van Eri. Na binnenkomst nestelden vader Takuo Ikeda en ik ons achter in een hoekje van de wa-shitsu, de Japanse kamer, waar een lage tafel vol met de meegebrachte etenswaren was neergezet. In deze verschilde deze Japanse aangelegenheid niet erg van een Nederlandse verjaardag, behalve dat er geen duidelijke volgorde is volgens welke het eten wordt opgediend. Waar bij ons vaak eerst worstjes en kaas, daarna een bitterballengarnituur en tot slot het diner worden geserveerd, stond al het eten voor de middag en avond al klaar of stond het te pruttelen op het fornuis.
Ook in Japan kent het jachtige bestaan zijn weerslag en gaat men zelden met het complete gezin bij anderen op bezoek. Dat bleek uit het feit dat Takuo naar zijn ervaringen in het gebied waar de tsunami had plaatsgevonden werd gevraagd. Hij was twee dagen tevoren teruggekeerd uit Sendai, waar hij gestationeerd was om de plaatselijke metro aan te leggen. Gelukkig bevond hij zich op het moment van de tsunami in een hoger gelegen deel van Sendai, dat beschermd werd door de verhoging waarover een snelweg dwars door de stad loopt. Hij was echter wel in het getroffen gebied geweest en de foto's die we zagen gaven een nog indringender - want door de ogen van een vriend - blijk van de verwoesting die de media al enkele weken tonen.

Hoewel er in volle ernst naar het verhaal werd geluisterd en men bedrukt knikte bij het aanhoren van het gebeurde, ging men daarna naadloos over tot het feest. Het was immers ook Takuo's verjaardag, een goede kans om elkaar in de moeilijke tijden voor Japan een hart onder de riem te steken. Uit de hoeken van de kamer werden blikjes bier tevoorschijn getoverd en al snel dronken we op de gezondheid van Takuo en de wederopbouw van de Tohoku regio. Mijn reputatie als liefhebber van Katsu was mij vooruitgesneld, en Mayumi-san had speciaal kaas-katsu meegebracht. Het had veel weg van kip cordon bleu en was samen met de salade, kip en miso soep niet te versmaden. Naarmate de magen gevuld raakten met eten en alcohol werd het gesprek vrolijker van toon en achtte men het moment daar om de reportage van het huwelijk van Shingo, de oudste zoon van de Haneishi's te tonen. Ik weet niet veel af van de huwelijksindustrie in Nederland, maar dat die van Japan goed loopt, dat staat wel vast.

Nu zal het veel westerlingen wat vreemd voorkomen dat de Japanners een op christelijk voorbeeld geschoeide huwelijksceremonie ten uitvoering brengen. Om precies te zijn heeft men goed gekeken naar het Amerikaanse voorbeeld. In een naar mijn mening wanstaltige, witte villa die je wel eens in rapclips aantreft waren ouders, familie en vrienden allen aanwezig terwijl het bruidspaar door de vader van de bruid werd binnengeleid. Men hield er een progressieve kijk op de zaak op na, hetgeen bleek uit de kerkbanken die in de rappersvilla waren neergezet. Het huwelijk werd vervolgens gesloten door een soort van ambtenaar van de burgelijke stand waardoor de wonderlijke combinatie van kerk, rappersvilla en gemeentehuis ontstond. Toen het huwelijk eenmaal gesloten was, kleedde de bruid zich prompt om in een rode jurk en was het jeugdherinneringen ophalen geblazen. Op schermen werden sketches getoond die genânte momenten uit beider jeugd verbeeldden. Toen dit was afgelopen schreed het bruidspaar op de klanken van een zwaar elektronisch 'Daar komt de bruid' het kerk-villa-gemeentehuis uit en was de video afgelopen.

Na deze interessante ervaring liep het feest ook bijna ten einde, maar niet voordat er geproefd werd van blikjes sake met koolzuur. Het had nog het meest weg van seven-up met alcohol, naar later bleek had men een limoen-achtige vrucht toegevoegd. Na met vader Haneishi en Takuo nog een fles wijn die wel erg zoet (en sporen naliet op de binnenkant van de fles) te hebben genuttigd, was het welletjes geweest en keerden we huiswaarts. De wederwaardigheden van de ramp hadden weliswaar hun stempel gedrukt op het feestje, maar men liet zich niet uit het veld slaan en doorbrak de bedrukte sfeer door oprecht van het samenzijn te genieten.

zaterdag 2 april 2011

Omzwervingen door Tokyo

Beste lezers, de kamer begint ingericht te raken, de buurt bekend en de dagelijkse elektrisch versterkte stem van de mevrouw die oude spullen komt ophalen vertrouwd. Omdat het collegejaar wegens de tsunami pas later zal beginnen, is de dormitory welhaast uitgestorven. Ook al klinkt soms het geluid van de Japanse televisie achter een der kamerdeuren, de eerste medebewoner laat zich vooralsnog niet zien. Ieder ander zou hier wellicht de wenkbrauwen bij fronsen, maar het geeft mij de gelegenheid de omgeving te verkennen en een beetje bij te komen. Hierbij een verslag van mijn omzwervingen van de afgelopen dagen

Hoewel de rijstkokers en pannen in de gemeenschappelijke keuken van de dormitory gedeeld worden, is het de bedoeling dat men zelf in borden en bestek voorziet. Aldus begeef ik mij op woensdag naar de Tokyu Hands in Shinjuku, welke met afstand de grootste doe-het-zelf zaak is die ik ooit heb gezien. Nu denken Nederlanders bij doe-het-zelf zaak vaak aan de Gamma, maar in Japan is het begrip veelomvattender. Zo tref ik niet alleen een verdieping aan met gereedschap, maar ook met tassen, keukengerei, schoolspullen en fietsen. Eigenlijk heeft het nog het meest weg van een wonderlijke combinatie van v&d, halfords, de hobby winkel en voornoemde gamma. Ook wordt de gang naar deze winkel niet als een noodzakelijk kwaad gezien, schoolmeisjes, studenten, huisvrouwen en salaryman uit alle lagen van de Japanse bevolking bekijken op hun gemak wat Tokyu Hands nu weer voor handige snufjes verkoopt. In een oogwenk koop ik mijn servies, bestek en huisslippers die geraffineerd door twee verkopers in een veelheid van beschermend materiaal worden ingepakt. Buigend neem ik mijn omzwachtelde aankopen in ontvangst en besluit ik nogmaals bij de Katsuya te eten, om het gemis van een half jaar ruimschoots in te halen.

De donderdag slaag ik er ongelukkigerwijze pas om elf uur 's ochtends in om op te slaan. Ik begeef me naar de keuken om water op te zetten voor een goede bak oploskoffie, maar er is nog steeds niemand te bekennen. Wachtende op het koken van het water kijk ik televisie, waarop onder andere het bericht voorbijkomt dat er weer complicaties optreden bij de kernreactor in Fukushima. Hoewel ik me weinig zorgen maak over het werkelijke gevaar van een melt-down, besluit ik om voor de zekerheid de jodiumpillen die de Nederlandse ambassade aanbiedt op te halen.
De reis naar de Minato-ku (letterlijk: haven-district) waar veel ambassades en ook de Nederlandse zich bevinden, loopt voorspoedig. Alsof ik nooit anders gedaan heb stap ik op de juiste metrolijnen over en de zogenaamde Pasmo (openbaar vervoerpas) die ik hiervoor gebruik geeft geen problemen. Echter, aangekomen bij het Kamiya-cho metrostation, realiseer ik me dat ik het adres van de ambassade ben vergeten op te schrijven. Gelukkig vind ik na een half uur zoeken een informatiebord, waar blijkt dat de ambassade vlakbij het station is waar ik uitkwam maar dat hij al gesloten is. Om niet helemaal onverrichter zake huiswaarts te keren, besluit ik via Shibuya te reizen en daar wat te eten in de Matsuya. Na een goede Curry-Rice met een wat mindere, Van der Valk-achtige sla gegeten te hebben doe ik nog wat muzikale ideeën op in de Tower Records. Weer in de dorm aangekomen heb ik contact met Nederland en dan is het alweer tijd om onder de wol te kruipen.

Omdat een ezel zich niet tweemaal aan de zelfde steen stoot, schrijf ik op vrijdagochtend het adres van de ambassade gelijk bij het opstaan op. Op een bordje 'hier wordt schoongemaakt' na is er wederom geen teken van leven in de dorm. Als ik echter het pand wil verlaten, staat plots en wederom op geheimzinnige wijze Mevrouw Nakamura - de huismeesteres - voor mijn neus. Na mijn vraag waar ik het beste boodschappen kan doen, beveelt ze me aan om naar de Picasso te gaan. Vliegensvlug bewegen we ons door een netwerk van steegjes, waarna we inderdaad voornoemde winkel tegen het lijf lopen. Mevrouw Nakamura is na de uitroep 'itterrashai' (letterlijk: ga heen en kom terug) - floep - alweer verdwenen en ik besluit een kijkje te nemen in de Picasso. Ook hier is weer een staaltje van Japanse retail-cultuur aan te treffen. Waar de kelder op een konbini lijkt, is het middenstuk een drogisterij en is boven achterin plaats ingeruimd voor huishoudelijke spulletjes. De waar wordt tegen redelijke prijzen aangeboden, een hele geruststelling voor de Hollander in mij! Met een liter Dove en een blikje bier in de tas spoed ik me terug naar de dorm om snel richting ambassade te kunnen vertrekken.
De metro werkt, ondanks de uitval van treinstellen met tien voertuigen nog steeds als een zonnetje. Zoals ik al eens tevreden vaststelde in een blog van het vorige jaar weet iedere Japanner wél hoe de de plaatselijke ov-chipkaart werkt en is men ook bereid moeite te doen om te leren hoe het ding te gebruiken is. Bovendien staan voor elk detectiepoortje automaten om de pas te kunnen bijladen, dus is er geen ge-emmer nodig met passagiers die te nalatig waren hun pas op te laden. Weer in Minato weet ik de ambassade ditmaal wel te vinden en krijg ik een informatie pakket in een alleraardigste Nihon-Oranda tas van het Nederland-Japan jaar. Het loopt inmiddels tegen etenstijd, dus de befaamde Yakitori-don van Suki-ya staat op het menu. Deze goedkope, doch voedzame kom rijst met yakitori aten we vaak met smaak op in onze pauzes aan de Naganuma taalschool van afgelopen zomer.

Zaterdag is eigenlijk vooral een luie dag, waarop ik mijzelf als voornaamste doel heb gesteld om yoghurt te vinden. Door de toestanden in Fukushima zijn de melkleveranties waarschijnlijk opgeschort in de omgeving van, in ieder geval, Tokyo. Aangezien mijn spijsvertering in dit vezelarme land toch wel enigszins afhankelijk is van de inname van yoghurt met zemelen, heb ik de buurt afgespeurd naar zaken die nog wel yoghurt hebben. Tot op heden heb ik echter geen succes gehad, maar ik heb goede hoop dat een maaltijd bij de Yoshinoya, waarin maar liefs anderhalve uienring gaat(!), soelaas zal bieden. Tot zover mijn belevenissen van de afgelopen dagen. Morgen staat een bezoek aan de familie Ikeda op het programma, waarbij we ons ook aan het kijken der kersenbloesems zullen wagen! Ik zal daar binnenkort verslag van doen, alsmede een hoop foto's maken van de hanami. Voor nu heb ik alvast een paar foto's van de dorm en omgeving op Flickr gezet, welke bereikt kunnen worden door de afbeelding van Tom en mij in de rechterbalk te drukken.